ESSAY: Naar een nieuwe linkse strategie

Van impotent moralisme naar effectiviteit

Na het falen van het communisme van de 20ste eeuw verdween de Sociaaldemocratie onder de vleugels van de (neo)liberale consensus. Het kader van het liberale kapitalisme werd algemeen aanvaard, ‘het einde van de geschiedenis’, zoals Francis Fukuyama het in die periode stelde. (Liberaal) links nam aldus de taak op zich te reageren op binnensluipend sociaal onrecht en ecologische kwesties met symbolische maatregelen (zonder effect op het geheel). Dit model van liberaal links lijkt uitgeput. Het einde van dit tijdperk werd officieel de dag waarop Trump werd verkozen. Maar wat nu? Kunnen we uit deze assen heroprijzen? Deze driedelige reeks is een poging om te begrijpen wat er mislukt in hedendaags dominant links, dat vaak (terecht?) bekritiseerd wordt omwille van diens moralisme (deel 1), wat de spanningen zijn binnen het huidige mondiale kapitalisme, waarop rechts nationalistisch populisme (het begin van) een antwoord is, en hoe we een authentieke linkse effectiviteit kunnen herdefiniëren (deel 2). Dit laatste is vandaag de dag opvallend afwezig. Daarom doen we in een laatste deel ook de poging om de krijtlijnen van een linkse effectiviteit uit te tekenen (deel 3).

1. Eerste indrukken: de angst voor effectiviteit

De impotentie van de weldoener

Ongeveer iedereen is intussen wel min of meer bekend met het hedendaags (radicaal) linkse paradigma binnen bewegingen die we het ‘democratisch horizontalisme’ kunnen noemen. Deze democratische horizontale bewegingen zijn georganiseerd rond het idee dat iedereen, en in het bijzonder onderdrukten of minderheden, de kans moet hebben om zijn/haar zeg te doen, waardoor iemands onderdrukte positie zou worden opgeheven. Het idee luidt kortweg dat de verticale structuur het probleem is van de hedendaagse samenleving. Zelfverrijking en eigenbelang aan de toplaag alsook kolonialisme en klassenmaatschappijen worden gezien als onvermijdelijk gevolg van verticalisme. De angst van het verticalisme binnen links stoelt op het idee dat, wanneer bewegingen van dit model afwijken, ze noodzakelijkerwijs transformeren in een Stalinistische nachtmerrie.

Het is een mooi ideaal. Concrete ervaringen tonen echter enkele vreemde paradoxen aan. Vanuit ervaringen als Nuit Debout, binnen de Occupy-beweging en bijeenkomsten van enkele anarchistische organisaties, kunnen we een aantal conclusies trekken. Werkt dit?

Eerder dan verticale posities werkelijk op te heffen, worden klasseposities als ‘blanke westerse bourgeois’ versus ‘onderdrukte minderheid’ in de praktijk net vaak bevestigd. Niet zelden worden eerlijke voorstellen door niet-voldoende-onderdrukten, snel afgeblazen als ‘kolonialisme’ (nagenoeg steeds door blanke westerlingen zelf). Deze ervaringen leiden niet zelden tot de conclusie dat we nog niet alles hebben gehoord – “doordat onze beweging nog steeds te veel aanleunt bij deze inherente verticale machtsstructuur, blijven er nog te veel stemmen ongehoord”.

Als er al een concrete beslissing wordt gemaakt, is het een opgeschorte beslissing in de verwachting dat het beste nog moet komen: de dag waarop de ultiem-onderdrukte ons eindelijk komt zeggen wat we moeten doen, zodat deze uitzondering ons de finale garantie kan geven dat we iets goeds doen. De gevolgen ervan zijn zorgwekkend. Allereerst moeten we, binnen deze continuïteit van non-creatie, niet hopen op een plan dat de inherente sociale onmogelijkheden van het hedendaagse kapitalisme weet aan te pakken omdat dit noodzakelijkerwijs de concrete situatie overstijgt. Ten tweede bevestigt de niet-voldoende-onderdrukte bourgeois net zijn eigen positie door te beweren dat hij uiteindelijk niet onderworpen is aan de problemen van de hedendaagse kapitalistische dominantie. Hij staat buiten het veld van emancipatie terwijl hij de onderdrukte reduceert tot een object van emancipatie, in de zin dat hij zelf pretendeert de ultieme kennis te bezitten over hoe men met de onderdrukte hoort om te gaan. Intussen doet hij niets en wacht hij af.

De verwachte moment suprême van de ultiem-onderdrukte die hem zegt wat te doen, blijft uit. De ultiem-onderdrukte bestaat immers niet. ‘De uitzondering’ is niet van de orde van de werkelijkheid maar van zijn fantasie. Deze fantasie dient enkel het narcisme van de ‘linkse’ weldoener, die op die manier heimelijk zijn bourgeois Europese identiteit kan terugwinnen, beladen met de schuld van het kolonialisme en westers imperialisme waar hij – hopelijk toch – niets mee te maken heeft. Waarom dan dit moralistische identiteitsbeleid, in plaats van toe te geven dat het probleem vele malen groter is en totaal buiten de controle valt van lokale groepen die elkaar beschuldigen van de oorzaak?

“Nog één inspanning…”

Waarom lijkt dit horizontalistische paradigma dan het enige mogelijke? Waarom lijkt elke afwijking hiervan zo gevaarlijk te zijn? Op het eerste zicht lijkt dit een reactie te zijn op de gruwel van het 20ste eeuwse communisme. ‘Als we alle ingrediënten van het stalinisme omkeren, zullen we de gruwel ervan zeker kunnen vermijden, en kunnen we toch nog radicaal links blijven.’ De stalinistische terreur is het ideale anti-communistische argument waarna elke discussie eindigt. Het werkt. De collectieve schuld van elke (ex-)communist en/of van links heeft veel weg van de vernedering van het eindeloze bevel van wat Freud het Über-Ich noemde: ‘doe nog één inspanning…’. De eis van dit Über-Ich stopt echter niet nadat men afstand afstand heeft genomen van het stalinisme.  Zo vatte David Pestiau iets zeer precies over de eindeloze schuldverheffing waarmee Maarten Boudry de PVDA tracht te belasten:

“Zo verwijt hij Peter Mertens dat hij geen afstand neemt van de “massamoordenaar” Fidel Castro. […] En morgen zal de PVDA afstand moeten nemen van de filosoof Karl Marx, die zowel de communistische als de socialistische beweging inspireerde. En overmorgen zal de PVDA dan de dekoloniseringsbewegingen in Afrika en Azië moeten veroordelen omdat die voor een groot deel beïnvloed werden door de Russische Revolutie. En volgende week zal de PVDA wellicht afstand moeten nemen van Nelson Mandela, een grote vriend van Fidel Castro en van de Zuid-Afrikaanse communistische partij waarmee de PVDA goede contacten onderhoudt. En nadien zal de PVDA wellicht afstand moeten nemen van het antifascistisch verzet tegen het VNV en de collaboratie met de nazibezetting […]. Wellicht zal hij pas ophouden als er niets meer over is waar de PVDA zich van zou moeten distantiëren: als de PVDA een partij zal zijn als alle andere[.]” (http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2017/01/03/de-obsessie-van-de-wever-en-boudry-tegen-de-pvda)

De schuldverheffing eist het volgende: elimineer elk exces tot er enkel een ‘ideale’ moralistische en steriele ‘levensstijl’ rest, die in geen geval een reëel gevaar is voor de goede orde. Door het elimineren van elk exces elimineer je helaas ook elke effectiviteit. Een gevaarlijke verticale partij wordt een horizontale beweging, één Idee wordt een verscheidenheid aan individueel ‘klein verzet’, etc. Dezelfde logica zien we in de film Captain Fantastic: een idealistische ‘radicaal linkse’ langharige jonge vader verwerpt de ‘aliënerende’ kapitalistische maatschappij en leeft met zijn familie in een boomhut, ver weg van de sluipende gevaren van technologie. Hij leert zijn kroost de ruwe natuur in de ogen te kijken en discussieert als een echte linkse realist zonder taboes met zijn kinderen over seksualiteit en dood. De moeder sterft, natuurlijk, door de idealistische ‘radicaal linkse’ weigering van de vader om ze te laten behandelen in een ‘kapitalistisch’ ziekenhuis. Haar ouders, samen met andere figuren van de maatschappij, doen de vader eindelijk de waarheid inzien de hij ontkent: je vrouw stierf, je kinderen zijn in gevaar, aanvaard toch eens onze kapitalistische samenleving. De vader voelt zich plots schuldig voor wat hij heeft gedaan. De film eindigt met een scene waar we de verantwoordelijke vader met zijn kinderen in een boerderijtje hun eigen gekweekte biogroentjes zien eten en waar er geen tv is, zodat het publiek eindelijk kan sympathiseren met deze impotente gedesillusioneerde linkse vader.

Hoe stalinisme overkomen?

Hoe kunnen we uit deze oneindige impotentie geraken? Laten we de volgende vraag in de ogen kijken: waarom precies was de stalinistische terreur noodzakelijk terwijl het communistisch Idee stond voor vrede, gelijkheid, vrijheid, etc.? En is het bovengenoemde horizontalistische paradigma voldoende, laat staan een garantie dat gruwel niet meer noodzakelijk is?

Slavoj Zizek stelt een interessante hypothese voor. Stalinisme sloeg er niet in om een goed werkende bureaucratie te organiseren, het kon niet voldoende voedsel voorzien waar het nodig was, het faalde om een einde te maken aan armoede, enzovoort. Hiervoor was terreur nodig om het feit de verbergen dat de organisationele capaciteit om met sociale problemen om te gaan simpelweg niet werkte zoals het zou moeten. Als dit het geval is, is de cruciale stap om de ideologische noodzakelijkheid van stalinistische terreur te overkomen: Welke organisationele structuur kan op een effectieve manier de sociale noodzakelijkheden garanderen voor reële problemen die niet zijn opgelost? Het horizontalistische paradigma overkomt de stalinistische terreur dus niet op zich. Door het elimineren van elk exces, elimineer je ook elke werking. We zouden dus moeten zoeken naar een gevaarlijk exces aan effectiviteit. Een gevaarlijke effectiviteit bijvoorbeeld om armoede onmogelijk te maken en een deftig leven te kunnen garanderen. Het werkelijke onderliggende vraagstuk is dus een organisationeel vraagstuk wat betreft de effectiviteit van het omgaan met sociale noodzakelijkheden. 

Wat is er sociaal noodzakelijk? Dit klinkt nog vrij abstract. In het volgend deel onderzoeken we wat concreet de interne spanningen zijn binnen de mondiale hedendaagse samenleving. Wat is dit Kapitaal vandaag nu eigenlijk? Is dit een wettelijk systeem? Een denkbeeldig verzinsel?  Een productiewijze? Of komt de wansmakelijke metafoor van een vreemd kloppend parasitair orgaan dat enkel zijn eigen expansie als bestaansreden heeft, dichter in de buurt? Waarom komt het populistische nationalisme er net nu uit voort?

2. Kortsluiting binnen het kapitalisme, opkomst van nationalisme

De motor van de mondiale politiek en neo-koloniale praktijken vandaag kunnen we niet reduceren tot een paternalistisch credo: ‘We weten beter dan jullie wat goed is voor jullie’. De motor ervan is de expansiedrift van Kapitaal. In de ogen van Kapitaal wordt alles, tot gehele naties of populaties, een bron van mogelijke winstcreatie of waarde-extractie. De vernietigende gevolgen ervan lijken stilaan algemeen aanvaard: het simpele idee van het einde van de geschiedenis valt meer en meer letterlijk op te vatten. Wat zou de toekomst van de commons van de mens en aarde brengen als Kapitaal als enige relevante actor overblijft? We kunnen hiertegenover twee dominante posities onderscheiden. De eerste is het liberale (‘linkse’) cynische hedonisme: “we kunnen er niets aan doen, zo zij het, ik zal met plezier het einde van de wereld toekijken. Terwijl ik opportunistisch mijn alledaagse leventje zo comfortabel mogelijk maak, engageer ik mij eventueel in minieme sociale kwesties zonder enige reële interesse om ze werkelijk op te lossen.” De tweede positie lijkt gefundeerd te zijn op de gevolgen van de eerste: “Mijn levensstandaard is in gevaar, er komen indringers van buitenaf die de afbraak van mijn gegarandeerde mogelijkheid een behoorlijk leven te lijden zullen versnellen. Als de zaken niet veranderen kan ik mijn toekomstig bestaan enkel nog beveiligen door een eiland te construeren, afgeschermd van de externe gevaren die ons te wachten staan.” Deze positie lijkt een antwoord te zijn op de onmogelijkheid van het kapitalisme, aanwezig in de volgende vaak gezegde onafgemaakte zin: “mijn grootste angst is dat er gewoonweg teveel mensen zullen zijn… (… dus zullen volledige populaties helaas moeten vergaan).” Is het eerste deel in deze zin simpelweg een illusie? Is het voldoende om dit af te wijzen als paranoïde? Neen, kapitalisme creëert in de laatste instantie niet de mogelijkheid om te leven. Het creëert enkel zijn eigen expansie zonder inherente limiet. Het is een kwestie van tijd vooraleer grote delen van landen als België, Nederland of Bangladesh onder zeeniveau liggen. Grote delen van Afrika of Zuid-Amerika zullen te warm en te droog zijn om voedsel te kunnen voorzien. Hiermee gelijktijdig houdt Kapitaal zich niet bezig met sociale noodzakelijkheden, desondanks bezit het een monopolie op bijna alles. Kapitalisme creëert een wetten, ideeën, genen, maatregelen, een sociaal weefsel en medische oplossingen voor zover het zichzelf dient. Het bevat geen enkele interne ecologische, humanitaire of ethische verantwoordelijkheid. Het werkt er volledig onafhankelijk van. In het licht van Kapitaal kan deze verantwoordelijkheid enkel naïef en overbodig lijken. De enige hindernis waarmee het te maken krijgt, is het afval dat het door zijn eigen expansie creëert. Dit afval wordt pas een probleem wanneer het voor deze expansie een hindernis begint te vormen.

Neem bijvoorbeeld de manier waarop klimaatverandering pas tot politieke actie leidt wanneer ze een reëele bedreiging voor economische groei wordt.[1]

Een ander voorbeeld is te vinden in de manier waarop gereageerd wordt op de toename van burn-out en langdurige ziekte. Ondertussen is bijna tien procent van de werkende bevolking in België langdurig ziek. Dit fenomeen werd door Belgisch ondernemer Roland Duchâtelet onlangs afgewezen. In zijn wereld zijn het ‘fake burn-outs’ en mensen met ‘fake invaliditeit’[2]. Door de federale regering wordt dit probleem aangepakt met gratis gedragstherapie. Een snelle en efficiënte procedure met het oog op gedragsverandering waardoor werknemers zo snel mogelijk terug kunnen functioneren op de arbeidsmarkt: werken als oplossing voor burn-out. Ook hier is Kapitaal niet vanuit humanitaire overwegingen geïnteresseerd in het doen verdwijnen van burn-out. Het is pas wanneer verdere winstcreatie belemmerd wordt dat er een probleem ontstaat. Het is pas wanneer een groot aantal werknemers afwezig blijft dat men naar een oplossing gaat zoeken, een oplossing die enkel gericht is op het maken van meer en meer winst. Kapitaal groeit door afval, door restproducten, door mensen met burn-outs en is pas geïnteresseerd in afvalverwerking wanneer de groei in het gedrang komt. Burn-out is de te betalen prijs voor een op hol geslagen machine van winstmaximalisatie. De aanpak van Maggie De Block past perfect in deze logica. De afwezigheid van werkkrachten wordt opgelost door ze terug aanwezig te maken[3].

Uitputting van werkkrachten en het milieu, massawerkloosheid, armoede en terrorisme, kortom het afval van het kapitalisme, is dus zowel mogelijkheidsvoorwaarde als obstakel voor de vergroting van winst en, dus, de uitbreiding van het Kapitaal. Deze hindernissen worden verwijderd door het zoeken van oplossingen binnen de logica van het Kapitaal. In die zin is het kapitalisme van de 21ste eeuw niet zomaar een ideologie die lokale politieke beslissingen kan verklaren of de benaming van vrijwillige ruil tussen twee personen maar is het een onafhankelijk werkende actor met een eigen logica. Dus, het afval dat Kapitaal creëert, zoals burn-out, ecologische uitputting, massawerkloosheid, armoede en terrorisme[4], zijn tegelijkertijd zowel een belemmering voor zijn eigen vlotte werking als de mogelijkheidsvoorwaarde voor zijn eigen expansie. De gevolgen hiervan zijn verregaand. Het feit dat Kapitaal de enige maatschappelijk relevante motor op wereldschaal betreft, maakt dat elk reëel maatschappelijk probleem in twee niet te verzoenen perspectieven uiteenvalt. De eerste is de vraag welke condities er moeten worden gecreëerd om het probleem op zich aan te pakken, meer bepaald ‘wat is er sociaal gezien noodzakelijk om dit probleem te overkomen?’ De tweede is de vraag hoe Kapitaal zichzelf kan versterken door het probleem zelf uit te buiten. De eerste vraag is een vraag die lokaal, maatschappelijk en sociaal van belang is. De tweede is de universeel geldende logica van Kapitaal, ongestoord door sociale maatschappelijke kwesties: hoe de situatie zo inverteren dat de Kapitaalsbelemmering zelf een opportuniteit wordt voor Kapitaal om uit te breiden? Het volstaat om de kloof te zien tussen de politiek-sociaal verwachte aanpak van ‘moslimfundamentalisme’ en de opportunistische handelsrelaties van Westerse landen en bedrijven met IS en Saudi Arabië zodat hun wederzijds bestaan mogelijk wordt. Er is geen enkele toenadering mogelijk tussen het ene en het andere perspectief, namelijk wat noodzakelijk is en wat kapitaal eist. Hierin kan men enkel een positie innemen: het is kiezen.

De bovenvermelde cynische liberale positie (“we kunnen er niets aan doen, zo zij het, ik zal met plezier het einde van de wereld toekijken terwijl ik opportunistisch mijn alledaagse leventje zo comfortabel mogelijk maak.”), is dus de logica van Kapitaal zelf. De andere positie die we hierboven vermeldden, is een antwoord op het traumatische van deze “objectieve” logica, namelijk de afwezigheid van enige interne limiet hieraan.

De woordvoerder van Bart de Wever, Joachim Pohlman stelde in De Morgen (11/03/17) dat “het basisconcept van rechts – of het nu gaat over staatsinmenging, welvaart of het Avondland –  ‘bescherming [is]’. En wie bescherming biedt, beschermt altijd tegen iets. Er is een sluimerende, dan wel acute bedreiging. Anders gezegd: er moet een tegenstander zijn.”[5] Rechts reageert vandaag op wat van buitenaf lijkt te komen, de tegenstander, de indringer, zonder deze ooit helemaal te kunnen identificeren (de pogingen om steeds werkelijke indringers te vinden spreken boekdelen; Walen, moslims, armen, vakbond, enz.). Toch, als we al met een reële indringer te maken hebben waarop we geen vat krijgen en waar geen enkele menselijkheid in terug te vinden is, is het niet het figuur van de moslim, noch het figuur van een rijke elite op zich. Is het niet het reële van de logica van Kapitaal volledig buiten onze controle? Pohlman stelt in dezelfde opinie dat rechts beschermt en links voor onrecht opkomt. Het komt inderdaad vaak genoeg op deze platitude neer. Maar kunnen we werkelijk zeggen dat dit de essentie is van links en rechts? Is het strijdveld kapitalist versus onderdrukte/proletariër niet in wezen winstcreatie versus concrete maatschappelijke vraagstukken? En is rechts nationalisme niet de laatste poging om deze tegenstelling te kunnen tolereren door deze concrete sociale kwesties het hoofd te bieden zonder de dominante kapitalistische logica van winstcreatie in vraag te stellen? Het valt op dat ‘nieuw rechts’ dit zelf meer en meer doorheeft en met deze tegenstelling worstelt. Moralistisch liberaal links wordt (terecht?) volledig afgeschreven maar tegelijkertijd heerst er een heimelijk onderliggend respect ten aanzien van daadkrachtig links, authentieke communisten en links-revolutionaire ideeën.[6]

We kunnen nu het tweede stuk van de vaak aangehaalde zin begrijpen (“… dus zullen volledige populaties helaas moeten vergaan”) als de enige aanwezige oplossing om met de huidige situatie om te gaan. Dit wordt gezien als de enige mogelijkheid om de eigen welvaart te garanderen door de eigen natie te beschermen tegen de destructieve kracht van het hedendaagse kapitalisme (voor zover men zich in een ietwat geprivilegieerd regio bevindt). De opkomst van de hedendaagse nationalistische politiek lijkt de noodzaak te herintroduceren van wat we benoemden als de lokale politiek-maatschappelijke vraag om de huidige onmogelijkheden gecreëerd door het kapitalisme op te lossen. Dit lijkt het pad te zijn dat we opgaan: een soort van nationalistisch socialisme, een aantal geprivilegieerde naties die zich beschermen tegen de verwoestende situatie erbuiten. Deze nieuwe rechtse politiek is dus niet simpelweg een morele fout van het volk of een vals bewustzijn van de situatie. Het heeft dan ook geen zin om dit af te doen als paranoïde, als een morele fout, het is onvoldoende om het als een klucht af te doen of het simpelweg te verwerpen zonder een ander politiek voorstel. De kern van de zaak is werkelijk daar en is dezelfde van waaruit een linkse emancipatorische politiek moet vertrekken. Daarmee bedoel ik natuurlijk niet de racistische uitvallen tegenover alles wat buiten de eigen identiteit valt maar het werkelijk onderliggend antagonisme tussen Kapitaal en samenleving. Nu lijkt populistisch nationalisme de enige voorgestelde minimale controle van de zeer onbehaaglijke mondiale situatie. Zal dit het probleem oplossen?

Wat is er dan nodig om deze onbehaaglijke situatie onder ogen te zien zonder dat we in een geglobaliseerde apartheid terugvallen van natie-eilanden tegen een apocalyptisch buiten? Is er een andere mogelijkheid? In elk geval, niet binnen het kader wat vandaag als mogelijk wordt gezien. We zouden kunnen starten van dezelfde zin: “mijn grootste angst is dat er gewoonweg te veel mensen zullen zijn…” Wat moet er dan zijn, wat vandaag de dag afwezig is, waardoor we hier controle op kunnen krijgen?

3. Een poging tot realisme

Als we de situatie onder de loep nemen, lijken we in een globaal apartheidsregime terug te vallen, een centrum van natie-eilanden dat afgesloten is van een apocalyptisch buiten dat niet meetelt in de wereldgeschiedenis. Wat is er nodig om deze onbehaaglijke situatie onder ogen te zien? Is er een alternatief en is het mogelijk om tegen de stroom van het kapitaal in te gaan?

Het is moeilijk om verandering te denken binnen het kader van wat vandaag als mogelijk wordt gezien. Of het nu gaat om massale bevolking, groeiende ongelijkheid, ecologische rampen en de daaruit volgende migratie of het controleren van de opkomende artificiële intelligentie, er is vandaag geen enkele structuur die een verantwoordelijke autoriteit kan zijn. Wat moet er dan zijn, wat vandaag de dag afwezig is, waardoor we hier controle op kunnen krijgen? Welke organisatiestructuur kan op een effectieve manier de zaken aanpakken waar het kapitalisme geen oog voor heeft?

Als er al een uitweg is, lijkt dat enkel een krachtige internationale organisatie te zijn die op een effectieve manier kan tussenkomen waar het nodig is, daar waar het kapitalisme zelf afval creëert. Deze ‘andere entiteit’/’motor’ waaraan we dit kunnen toevertrouwen, is volledig afwezig vandaag. Dus de moeilijke vraag wordt de volgende: wat kan deze entiteit zijn en hoe kunnen we dit doen verschijnen?

Het was er altijd al…

Op het einde van Nuit Debout in Frankrijk, na weken van bezetting van de Place de la République in Parijs, had geen enkel inspirerend voorstel ons vertrouwen kunnen winnen. Op het einde was er een haast perverse fantasie aanwezig dat we stiekem konden rekenen op een reeds bestaande georganiseerde entiteit die, zonder ons medeweten, een nieuwe politieke komst zou hebben gepland met ideeën die we ons zelf niet konden inbeelden. Alsof het niet allemaal voor niets was geweest. Spijtig genoeg misten de impotente liberale, sociaaldemocratische partijen of bewegingen elke inspiratie. Het kwam dus snel tot geweld om het feit te verbergen dat revolutionair links deze aspecten zelf mist. De slogan ‘Nous ne revendiquons rien’ (‘we eisen niets’) illustreerde de tragische kloof tussen wil en afwezigheid.

Kunnen we deze fantasie ook niet terugvinden in het tweede deel van de Hunger Games? De hoofdrolspeelster, Katniss Everdeen wordt door het volk gezien als zij die de revolutie van de rebellen tegen ‘the Capitole’, de dominerende stad, kan beginnen. Zij voelt zichzelf verre van adequaat. Er is niets dat ze zich kan inbeelden om te doen, laat staan dat het haar grootste vraag is. Maar vanuit deze afwezigheid blijkt het plots voor haar dat ze altijd al een significante rol speelde in een geheime revolutionaire organisatie waar ze zelf geen weet van had. Deze organisatie had de noodzakelijke stappen richting een revolutionaire machtsgreep tegen ‘the Capitole’ al succesvol gezet. Het lijkt dat de auteur hiermee de cruciale stap zet om de onmogelijke vraag op te lossen: hoe eindelijk te beginnen? Het was er altijd al.

Kan dit niet een eerste stap zijn in de hedendaagse afwezigheid van een andere entiteit los van Kapitaal? Betekent dit dat door een of andere massale opkomst een of andere organisatie natuurlijk vorm zal krijgen? Neen, de auteur duidt op iets zeer verschillend, namelijk, op een entiteit die er altijd al was en die aanwezig is op de plaats waar je alleen staat, lokaal, ongewapend en machteloos ten aanzien van groot Kapitaal. Welke functie kan deze entiteit dan hebben?

Welk communisme?

Marx definieerde communisme op een manier die nog steeds relevant is vandaag: de beweging die openlijk reageert op aanwezige sociale antagonismen (i.e. een onmogelijk te verzoenen kloof tussen de verschillende sociale logica’s zoals we hierboven illustreerden: tussen Kapitaal enerzijds en ethische, humane of ecologische overwegingen anderzijds. Het voordeel van deze definitie is dat het evenwel kan worden toegepast op niet-kapitalistische samenlevingen, bijvoorbeeld Stalins politiek waarbinnen de sociale onmogelijkheden werden verstopt door staatsterreur). Dit zou de basislogica kunnen worden van deze entiteit, zoals Frederic Jameson in zijn boek ‘an American Utopia’ vermeldt als revolutionair doel: het garanderen van sociale noodzakelijkheden. De functie kan in de eerste plaats bestaan uit de voorbereiding om op een effectieve manier tussen te komen bij komende rampen waar Kapitaal zijn eigen overmaat niet kan aanpakken (bijvoorbeeld het uitvinden van effectieve oplossingen voor klimaatverandering buiten de op winst gerichte industrie, het creëren van digitale communicatie buiten privéhanden, het fysiek en materieel voorbereiden van gecontroleerde massamigraties door klimaatrampen, collectieve woningbouw en garanderen van basisbehoeften waar nodig, gratis medische voorzieningen, onderwijs waar het tekort komt, etc.) Zo zal een stevige administratie nodig zijn voor ingeschreven kandidaten om te bepalen wat ze reeds kunnen doen, waarvoor men kan ingezet worden en voor de voorziening van een noodzakelijke training.

Natuurlijk overstijgt deze andere ‘motor’ het geheel van de mensen en taken. De voorbereiding van deze entiteit kan door zijn activiteit zelf de noodzakelijke entiteit worden. Als een effectieve entiteit, zal het moeten beginnen met kleine allianties met specifieke functies, misschien in het geheim en misschien gescheiden van het alledaagse leven, maar met duidelijke regels die de effectiviteit moeten garanderen van de voorbereiding op noodzakelijke interventies in het sociaal-ecologische veld.

We moeten onze handen vuil maken

De focus is in de eerste plaats een materiële praktijk. Het maakt reeds de mogelijkheidsvoorwaarden van zijn eigen politiek waar. Op die manier kan deze actor worden geconstrueerd die er-altijd-al-was en waar revolutionair links steeds stiekem op kan rekenen wanneer nodig. In die zin kan de focus misschien uiteindelijk verschuiven van idealistisch moralisme naar het effectiviteitsvraagstuk. Hoe kunnen we concreet gezien een effectieve actor creëren die van het openleggen en aanpakken van aanwezige sociale antagonismen zijn eigen ethische motor maakt, een actor die niet teleurstellend is, geen enkel financieel belang heeft en altijd een stap voor is? In tegenstelling tot de idealistische weigering van elke insteek die niet ‘zuiver’ is (sociale media vermijden, bewust niet consumeren, onethische jobaanbiedingen afslagen, etc.) moeten we misschien net gebruik maken van macht die we hierdoor mogelijks kunnen verkrijgen. We zouden hier net op een Leninistische manier ‘opportunistisch’ in kunnen zijn: ‘als je de kans hebt om macht te verwerven, grijp ze.’ Dit bestaat uit het binnendringen in alle maatschappelijk relevante velden (wetenschap, kunst, politiek, kliniek,…) in plaats van enkel politiek. Anderzijds zouden we dan ook de kunst moeten verwerven van het binnendringen in verschillende relevante maatschappelijke posten die ons van pas kunnen komen (vakbonden, ondernemingen, callcenters, leger, universiteiten, raden, kunstcollectieven, massamedia, ziekenhuizen, rechtspraak, sociale media, bewegingen, partijen, parlement, ambtenarij, enzovoort.) en de kans te grijpen als er zich een opportuniteit aanbiedt om aan de funderingen te sleutelen. Dit vergt een knap staaltje aliënatie (‘sociale aanpassing’ aan establishment), toewijding aan bepaalde posten met de passende noodzakelijke formaliteiten in sollicitatiegesprekken enz., terwijl je trouw blijft aan je authentieke drijfveer. In de plaats van een vrees voor massale bijeenkomsten op straat, is de angst voor een onzichtbaar, ongedefinieerd en overal opduikend ethisch idee enorm veel bedreigender. Op die manier zag het anti-communistische McCarthyisme in zo ongeveer iedereen een potentiële communist. Als dit een dreiging is, dan is dat enkel en alleen voor de superrijken, voor de financiële wereld en het corrupte establishment. Zouden we de fantasie van het McCarthyisme niet gewoon kunnen realiseren? Geeft de politieke tegenstander ons niet zelf de ideale strategie om tegen het kapitaal in te gaan? Mits effectieve organisatie kan dit misschien de realisatie worden van een onderliggende samenzwering, als verdoken strijders in een constant spanningsveld tussen aliënatie en trouw.

[1]                http://ykcenter.org/world-economic-forum-names-global-warming-top-economic-risk-2016/

[2]                http://www.standaard.be/cnt/dmf20170130_02702958

[3]                Merk op dat De Block’s beleid voor psychotherapie is gebaseerd op het ‘Tender Activeringsprogramma’ van de VDAB

[4]                Voor een zeer uitgebreide uiteenzetting over de link tussen hedendaags kapitalisme, terrorisme en neo-kolonialisme, Zie Alain Badiou, ‘Hoe de massamoorden te denken’, vertaalde tekst beschikbaar op Hoe de massamoorden te denken – Alain Badiou

[5]          http://www.demorgen.be/opinie/diep-vanbinnen-verlangt-u-naar-een-rechtse-zak-die-over-u-heerst-als-een-koning-ba97f466/

[6]          Enkele voorbeelden van de rechtse nieuwssite Doorbraak: http://www.doorbraak.be/nl/le-must-de-mertenshttp://www.doorbraak.be/nl/nieuws/oostenrijk-kent-nog-%E2%80%98echte%E2%80%99-communistenhttp://www.doorbraak.be/nl/nieuws/geduld-het-sterkste-wapen-van-een-revolutionairhttp://www.doorbraak.be/nl/nieuws/hoezo-130-jaar-socialisme-belgi%C3%ABhttp://www.doorbraak.be/nl/nieuws/opium-voor-het-volk,

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *