De Londense Grenfell Tower brandt. Dit is besparingen.

De catastrofale brand van de Londense Grenfell Tower moet gedetailleerd worden onderzocht. Toch mogen we niet blind worden voor waar we zelf mee worden geconfronteerd. Welke universele waarheid zit hierin?

Op 14 juni, in Londen, vult de Grenfell Tower, de sociale woningblok van 24 verdiepingen, alle mediakoppen. In een mum van tijd gaat dit gebouw in vlammen op. Het onderzoek is nog lopende. Intern wordt er gesproken over een ontplofte frigo die iets later dan middernacht, binnen het kwartier het pand in lichterlaaie zette. De verbazingwekkende snelheid waarmee het vuur verspreidde stelde ons voor vraagtekens. Er werd aangeraden binnen te blijven, ramen en deuren dicht te houden en natte handdoeken voor de voordeur te leggen. Als vuur geen zuurstof krijgt, verspreidt het zich niet. Ondanks deze goede raad viel de brand niet te stoppen. Zij die de raad niet opvolgden en naar buiten zijn kunnen lopen, hebben het overleefd. Anderen zijn gestikt door de rook, verbrand of door het raam gesprongen. Het aantal doden staat nu op 79 mensen. Hoe is dit zo snel kunnen gebeuren?

Men moet weten dat dit gebouw voor de lage sociale klasse is gebouwd. Onlangs is dit flatgebouw nog gerenoveerd onder het motto “less is more.” Zo opteerde de firma voor gevelmateriaal dat licht ontvlambaar is. In vele landen is dit materiaal verboden. Dit resulteerde in een kostenbesparing van in totaal… 5 700 pond ten opzichte van zijn brandveilige variant. Dit maakte heel het verschil. Zo veranderde de verbijstering ten aanzien van de brandende Grenfell Tower in een wel heel bittere blik, dit keer naar ons toe gericht. Het was niet zomaar een ongelukkig accident.

Natuurlijk is het belangrijk om de exacte omstandigheden te onderzoeken waarbinnen dit incident gebeurd is. Toch is het onmogelijk om deze catastrofe te reduceren tot de bouwdetails. Het meest choquerende is dat dit helemaal geen uitzondering is. We worden met iets gruwelijk universeels geconfronteerd. Om dit goed te begrijpen, moeten we een aantal valkuilen vermijden.

Welke valkuilen?

Moest dit, allereerst, slechts een ongelukkige samenkomst van omstandigheden zijn geweest, had dit simpelweg voor ons niet zo’n bittere nasmaak gehad. Dit wil zeggen dat wat er gebeurt is, niet volledig toevallig is. Er zit teveel ‘orde’ in om volledig contingent (toevallig) te zijn.

Moest het vervolgens in pakweg Bangladesh zijn gebeurd, zou dit niet hetzelfde effect hebben gehad. De orde die er achter zou zitten, kon dan terug als een lokale, ‘primitieve’ contingentie worden beschouwd, waardoor we onze blindheid weer zouden kunnen legitimeren. Londen, daarentegen, is de stad waar wereldhandel en kapitalisme groot is geworden. Londen is de goede leerling bij uitstek van het zogenaamd emancipatorische karakter van het kapitalisme. We kunnen dus niet doen alsof dit niet gebeurd is.

De gebeurtenis is in geen geval een uitzondering. Hierdoor kan het niet als een ‘schandaal’ benoemd worden. Het is geen frauduleuze maffiadeal, geen grootschalige omkoping of iets van die aard, waardoor we weer kunnen doen alsof het de uitzondering van een in regel wél correct verlopend systeem is. De algemene regel is namelijk winstmaximalisatie waarbij het risico -wel heel cynisch- wordt gedragen door zij die er niet de vruchten van plukken. Dit is een winstmaximalisatie van 6000 euro! Dit is de regel. De gebeurtenis legt dus de onmogelijkheid van ons systeem bloot. Officieel is het goed voor iedereen. Maar de genegeerde motor van het kapitalisme is klassenverschil. Dit wordt oogluikend verborgen door het liberalisme, maar zonder klassenantagonisme haal je de motor uit het kapitalisme.

Met dit in het achterhoofd moeten we allereerst goed oppassen voor drie correlatieve ideologische valkuilen die het ons moeilijk maken om tot het bot te gaan in het begrip van deze gebeurtenis:

A. Reducties tot accidentele willekeurigheden die elke orde erin ontkennen (dit zie je vandaag bijvoorbeeld in de media, de bosbranden in Portugal, veroorzaakt door een blikseminslag, komen als uit de hemel gevallen)

B. Reducties tot locale willekeurigheden die de onderliggende universele ‘orde’ ervan ontkennen. Dit vinden we terug in uitspraken als “het was specifiek in die wijk, in de bouwsector, in Engeland, door de “Tories”.”

C. Initiatieven die de orde erin erkennen maar de regel van winstmaximalisatie en klassenverschil verstoppen. Hier vinden we bijvoorbeeld de roep voor empathie en verzoening, Charity initiatieven en benefieten. In deze categorie kunnen we eveneens de eis tot (enkel) onderzoek plaatsen en de verontwaardiging over de koelbloedige persoonlijkheid van May.

Waarvan is de Londense Grenfell Tower brand dus de naam?

Als we deze valkuilen in het achterhoofd houden, kunnen we het bevreemdende karakter van deze brand proberen te vatten. De orde die er in zit is de universele logica van kapitaalexpansie. Deze logica is niets minder dan abstracte winstmaximalisatie die in de regel onafhankelijk werkt van concrete humane, gemeenschappelijke of milieugebonden bezorgdheden. Deze bezorgdheden kunnen vanuit het perspectief van winstmaximalisatie dus enkel als naïef worden gezien. Natuurlijk zijn er marktpraktijken die concrete bezorgdheden nastreven (kijk bijvoorbeeld naar Starbucks of Shell die zich inzet om ijsberen te redden wiens ijs onder hun voeten wegsmelt). Toch is dit enkel een legitimering achteraf. Het blijft in de orde van de schijn, bedoeld voor verkoop, maar heeft niets te maken met hun interne motor.

Verder is de stad Londen, zoals we zagen, de stad die steeds stond voor het universele toonzaalmodel van deze werking. Binnen de psychoanalyse wordt zoiets een ‘constitutieve uitzondering’ genoemd. Dit wil zeggen dat Londen als ‘uitzondering’, de hele reeks mislukkingen op andere plaatsen ‘kleurt’ als niet-Londen. Met andere woorden zijn alle mislukkingen uitzonderingen op de uitzondering, die Londen is. ‘Londen’, als uitzondering (namelijk de stad waarin het ‘wel’ werkt), wordt de norm ten aanzien waarvan de rest wordt afgemeten. Als er iets niet lukt, is het niet zo dat het systeem niet lukt, want het systeem wordt gegarandeerd door de uitzondering Londen. De brandende toren midden in het hart van dit toonzaalmodel is dus universeel voor onze marktwerking! De brand van de Grenfell Tower confronteert ons dus met het feit dat er helemaal geen uitzondering is. Als de uitzondering zijn status verliest, verliezen we dus ook de garant waarop we rekenden. Als de garant wegvalt, is er niets meer waarvoor we niet verantwoordelijk zijn. We worden dus geconfronteerd met het feit dat er geen enkel gevolg is van het kapitalisme en de besparingslogica waarvoor we niet verantwoordelijk zijn.

Als we ergens geloven dat besparingen nodig zijn en dat deze uiteindelijk voor iedereen goed uitkomen, veronderstellen we een eindverantwoordelijke of een geheim kamertje die het verloop van deze ongeschreven wet garandeert: “iemand zal er uiteindelijk wel voor zorgen dat het goed afloopt”, “iemand houdt dit allemaal in ‘t oog”. “Zelfs wanneer niemand me ooit heeft uitgelegd hoe we automatisch van besparingen tot een correcte maatschappij komen, veronderstel ik dit toch ergens.” Op het moment van deze gigantische torenbrand komt deze fantasie als een boemerang terug in het gezicht. Er is niets achter de brand te zoeken. De catastrofe van de brandende Grenfell Tower is besparingen, er zit niets achter!

Deze logica geldt ook voor schandaal- en uitzonderingsstatuten. Daarom moeten we steeds opletten wanneer er “schandaal!” wordt geroepen. Dit verblindt het inzicht dat dit misschien wel de regel is.

Wat de laatste pakweg twintig jaar steeds werd ontkent, afgeschoven als een voorbije zaak in de tijd van Marx of als iets dat slechts voorkomt in het onderontwikkelde Oosten, is dat klassenantagonisme de inherente motor is van het kapitalisme. Het (neo-)liberalisme werd vaak gelauwerd voor zijn emancipatorische universele karakter. Hier moeten we bij zeggen dat holebirechten, vrouwenrechten en racismebestrijding volledig gerechtvaardigd zijn. Deze problematieken zijn immers nog steeds niet de wereld uit. Toch verbergen deze (lokale) emancipaties al te vaak de onderliggende voedingsbodem van het liberalisme zelf. Wat terug op ons afkomt in de brandende toren is de boemerang van klassenstrijd in zijn meest traumatische dimensie: er zit niets verborgen ‘achter’ besparingen. De toren confronteert ons in zijn catastrofale dimensie met wat we zelf ontkennen. De ‘orde’ hierachter is de orde van kapitalisme. Kapitalisme werkt doordat de ene groep kan uitbuiten en de andere uitgebuit wordt. Er valt niets méér te verdienen door echt een kwaliteitsvolle sociale woning te bouwen. Besparingen, bezuinigingen, flexibiliseringen, flexicurity, versoepelingen, afslankingen, etc. zijn dus de liberale termen voor de ontbinding van al die ‘verouderde sociale obstructies’, waar met bloed zweet en tranen voor gevochten is. Eens deze ‘lastige bemoeienissen’ weggewerkt zijn, komen we niet tot de beloofde vrijheid, dan zitten we pas in de totalitaire ‘orde’ waarvan klassenverschil de motor is. Dit is objectief geweld.

Het traumatische, het onmogelijk toe te geven klassenverschil is te vinden aan de oppervlakte. De brandende toren is het product van onze ignorance (niet willen weten). De Grenfell Tower is klassenstrijd in zijn meest traumatische dimensie.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *