Ge-niet

Gij-niet ervan!

Als er iets is dat we van de psychoanalyse kunnen leren, dan is het dat genot een vreemd wezentje is. Wie het zoekt die vindt het niet, wie het niet zoekt vindt het misschien, heel af en toe. Stel je voor dat je de liefde bedrijft en dat er iemand naast je staat die je aanmoedigt: “Geniet er toch eens van!” Net op dat moment gaat de machinerie natuurlijk in staking. Op dezelfde wijze functioneert de alomtegenwoordige eis om te genieten, waar de reclamewereld gretig gebruik van maakt, averechts.[1]

Meer nog. Waar de psychoanalyse vaak het verwijt krijgt dat alles op seksualiteit gericht zou zijn, is net exact het omgekeerde waar. Enerzijds kan je gemakkelijk een seksuele connotatie geven aan bijvoorbeeld twee lukrake woorden: “ik zal eens met mijn woord 1 in je woord 2 + werkwoord”. Dat is echter geen teken van de sterkte ervan, maar van de zwakte. Het verschijnt daar waar het niet past, maar het kan net daar waar het logischerwijze aanwezig zou moeten zijn, afwezig zijn. Zo kunnen we perfect voorstellen dat iemand bij zichzelf denkt tijdens de bewuste daad: “welke idiote repetitieve, machinale beweging ben ik nu weer aan het uitvoeren?”[2] Seksualiteit kan dus de-seksualiseren en eender welke neutrale activiteit kan seksualiseren. Dat maakt dat de structuur van (de mislukking van) seksualiteit overal elders kan verschijnen.

Geniet dan toch!

Reeds in 1920 merkte Freud op dat we eigenlijk niet echt kunnen genieten, aangezien het ultieme genot in principe de dood is.[3] Wat wil hij daarmee zeggen? Neem nu bijvoorbeeld de notoire libertijn Markies de Sade, aan wie het sadisme zijn naam te danken heeft. Sade verhief het genot tot het hoogste goed. Voor hem is de doordeweekse seksualiteit, waarvan de mannelijke ejaculatie het schoolvoorbeeld is, verre van bevredigend – het is steeds gedaan vooraleer het begint. In de sadeaanse ervaring wordt pijn verheven tot het meest ultieme seksuele genot, omdat pijn gekenmerkt wordt door een veel sterkere en langere fysiologische stimulatie. Pijn is dus intenser en meer van blijvende aard, in tegenstelling tot plezier. Merk op dat het meer is: dit genot in pijn blijft immers ook steken in het register van het eindige. De slachtoffers in Sade’s werk hebben natuurlijk een eindig lichaam, het wordt vernietigd en dat betekent meteen ook het einde van de opbouw van het genot zelf. Het is er nooit, of het is altijd nog één stapje verder.[4]

In zijn omstreden boek Philosophie dans le Boudoir vinden we terug dat Sade daarom de fantasie uitwerkt dat hij zijn slachtoffers oneindig lang kan blijven folteren en uitbuiten. Ze blijven op miraculeuze wijze leven en behouden bovendien hun schoonheid. Meer nog, ze worden zelfs mooier. Deze fantasie van Sade is een noodzakelijk supplement. Hij heeft die fantasie nodig om het verlangen vast te zetten in de sensibele ervaring van het genot.[5] Verlangen is echter hetgeen steeds meer wil, verder gaat en enkel gedacht kan worden in een soort van onsterfelijkheid die het eindige en gelimiteerde genot voorbijgaat. We willen steeds meer. We willen niet het materiële “ding”, we willen hetgeen eraan voorbij gaat, het sublieme, het ultieme, het Ding an sich dat we nooit te pakken krijgen. Maar bestaat dat sublieme als een werkelijk iets?

De pervert, zo merkt de psychoanalyticus Jacques Lacan op in zijn seminarie Angoisse[6], geeft zich loyaal als genots-instrument aan een ander. Het motto van Sade is inderdaad: “Eender wie mag me zeggen: ‘ik heb het recht om te genieten van jouw lichaam en ik zal dit recht uitoefenen zonder dat welke limiet dan ook me tegenhoudt in de grilligheid en de afpersingen waarmee ik me wil verzadigen”.[7] We kunnen ons afvragen waarom. Hoewel de libertijn het genot predikt, weet hij ergens heel goed dat het genot dat hij viseert onmogelijk is, hij moet immers een fantasie uitvinden die de oneindigheid van het genot mogelijk maakt. Sades werk is traag en ongelofelijk saai. Het is een permanente opbouw zonder eindpunt. Om de onmogelijkheid van het sublieme genot te loochenen, keert de pervert de verhouding om: “iedereen kan me zeggen…”. Het ultieme genot ligt dus niet bij hem, maar bij de ander, bij een abstracte Ander, een instantie die verondersteld wordt wél te genieten.

Is dit enkel bij de pervert zo? Wanneer toeristen ervaringen via de camera opslaan in de plaats van ze zelf onmiddellijk te bekijken, valt op dat ergens wordt verondersteld dat iemand anders wel zal zien wat er zich in de concrete situatie voordoet. Op zoek naar het échte Rome, Parijs, Londen, … Wanneer we als toerist naar Rome gaan, doen we er alles aan om ‘het Rome’ te zien dat we niet lijken terug te vinden. De Ander geniet maar gij niet. Maar… bestaat die abstracte Ander wel? Bestaat het ultieme genot wel?

Van meerwaarde naar plus-de-jouir: (niet) meer genieten

Stel je voor dat een vrouw een man na een etentje uitnodigt om bij haar thuis een koffietje te komen drinken. De man zegt dat hij geen koffie lust. De vrouw antwoordt hierop dat ze ook helemaal geen koffie heeft…[8] Is dat niet de ultieme seksuele uitnodiging? We kunnen op dezelfde manier Lacans definitie van liefde begrijpen: geven wat je niet hebt aan iemand die het niet wil. Van daaruit stelt hij dat de ultieme vraag van liefde als volgt luidt: “ik vraag je datgene te weigeren wat ik je geef, want dat is het niet.”[9]

Het ultieme genot ligt dus niet voorbij de dingen en het ligt er ook niet in. Genot is slechts de mogelijkheid, de potentialiteit die in de objecten zit, voor zover de afwezigheid van dat wat het zou vervolledigen aanwezig is in het object.

Nu, dat klinkt abstract, maar het is zo eenvoudig dat we zelfs niet opmerken dat we dagelijks aan dit mechanisme meedoen. Een ding waar iets in stoort of iets in afwezig is, als een tache de beauté die een egale huid verstoort, een blikje cola zonder suiker, een lichtjes te zwaarlijvig lichaam dat nog slechts enkele kilo’s moet verliezen om perfect te zijn, … heeft de potentialiteit meer subliem te zijn dan het gezicht met de volledig egale huid, de cola met suiker of het zogezegd perfecte lichaam[10]: enkel als het ding gemarkeerd is door een tekort, kan de belofte van de opheffing van dat tekort een subliem iets doen veronderstellen, alsof het er ergens achter zit. Datgene wat erachter zit, wordt echter slechts daarachter verondersteld door een inconsistentie of de onvolledigheid in de oppervlakte zelf. De voorgehouden en valse belofte is dan: door die inconsistentie op te lossen, zou ik het wel kunnen bereiken.

Iets of wat kort door de bocht zouden we kunnen stellen dat het axioma van het liberalisme inhoudt dat we hebben ingezien dat slechts nog het genot in het materiële object hetgeen is dat ertoe doet, dat we niet moeten geloven in een hiernamaals, dat we enkel het leven nu hebben, … meer precies dat genot in consumptie de enige reële drijfveer is. Toch zijn producten aantrekkelijker door hetgeen er niet in zit, dan door hetgeen er wel in zit – zonder suikers, zonder kleurstoffen, zonder alcohol, … Kortom, wat ons verleidt is zonder additieven, wat letterlijk betekent dat hetgeen eraan zou worden toegevoegd, er niet aan is toegevoegd. Er is dus een afwezigheid aanwezig in het product zelf.

  1. Ik drink een cola: het genot van cola is niet “volledig”, “geniet!” werkt niet
  2. Ik drink een cola zonder suiker: het genot is niet volledig doordat er geen suiker in zit, de potentialiteit van gewone cola blijft onaangetast

Als we het kapitalisme als structuur bekijken, merken we op dat het principe van potentialiteit nog meer centraal staat in de werking van de beurzen. De geldstroom op zich is meer subliem dan de producten die met dat geld kunnen worden gekocht. Geld als object incarneert de zuivere potentialiteit van een aankoop, na de aankoop zelf van een waar vindt er een verlies plaats omdat de potentialiteit in een werkelijk object is omgezet.

Geld is (niet) meer genieten in die zin dat de mogelijkheden van dat geld oneindig zijn, maar dat het op zich niets inhoudt. Aan het papier of de cijfers op mijn rekening heb ik niets indien het de mogelijkheid niet zou hebben omgezet te worden in een concreet waar. Wanneer ik geld echter omzet in een concreet waar, dan wordt cijfermatige ruilwaarde, die op mijn rekening staat, omgezet in idiote gebruikswaarde en verliest het zijn potentialiteit.

De transformatie van de keten van de door geld bemiddelde ruilhandel, waar-geld-waar (w-g-w), naar de formule van kapitaal als doel op zich, geld-waar-geld (g-w-g), zoals Marx de omzetting van geld naar kapitaal beschreef, toont precies het fetisjisme aan dat de molen van het kapitalisme doet draaien: waar het doel voorheen het ruilen van een waar was (een stoel) tegen een ander waar (een tafel) en de omzetting van de gebruikswaarde naar de cijfermatige ruilwaarde (40 euro) het middel was om het object te ruilen in een abstracte ruimte om vervolgens het andere waar (de tafel) te krijgen die het doel was, is binnen het kapitalisme geld als middel het doel op zich, en het waar als doel het middel om kapitaal te maximaliseren.[11] Pas op het moment dat geld als middel het doel op zich wordt, wordt geld kapitaal. Kapitalisme is dus slechts bezig met de abstracte expansie van kapitaal op zich, cijfers die op zich geen enkele inherente waarde hebben, terwijl concrete producten slechts het middel zijn om dat kapitaal te maximaliseren. Met andere woorden: ik investeer in werkkracht om een stoel te maken, niet voor de stoel, maar om op die manier een deel van de meerwaarde voor mij te houden die ik vervolgens gebruik om twee werkkrachten twee stoelen te laten maken waardoor mijn kapitaal telkens meer en meer uitbreidt. Het middel: geld, wordt het doel: kapitaal.

Wie zegt dat kapitalisme om consumptie draait is dus verkeerd: kapitalisme gaat erom de potentiële consumptie te vergroten zonder dat daarom de concrete consumptie per se moet plaatsvinden. Het genot in het waar is niet hetgeen wordt beoogd, wel de expansie van de middelen om waren te kunnen kopen. Het is dus, net als de cola zonder suiker, gericht op consumptie-potentieel en niet op consumptie. Zo zouden we kunnen voorstellen dat het doel er uiteindelijk in bestaat een fortuin op te bouwen (potentieel) eerder dan eindig materieel genot (consumptie). Met het idee van potentialiteit vertalen we vandaag het vroegere hiernamaals. Beide hebben als functie ons voor te houden dat er een licht is op het einde van de tunnel, dat de onbevredigende realiteit van het hier en nu later of als mogelijkheid zal worden opgelost. Dat moment blijft echter in de twee gevallen uit. Vandaar dat Lacan de meerwaarde van Marx vertaalt als plus-de-jouir. In het frans betekent plus zowel meer als niet meer: het is tegelijk meer genot als geen genot meer, ofwel (niet) meer genieten. Gij niet!

“Gij-niet!” als drijfveer voor onderwerping

Marx voorspelde een historisch noodzakelijke opstand van het proletariaat die tot op heden nog niet heeft plaatsgevonden. De hypothese die we zouden kunnen stellen is dat het proletariaat niet in opstand komt, net omdat voor het proletariaat het beloofde genot niet bereikbaar is. De belofte kan zich dus in staande houden. Velen hopen misschien toch ooit tot de hogere klasse te behoren en zo de potentiële consumptie waar te maken. Ook al zouden ze het zelf niet zijn, dan zijn het misschien hun kinderen of de kinderen van hun kinderen, … De hogere klasse is echter zelf gericht op potentiële en niet op concrete consumptie. Het idee van uitgesteld genot is de wortel die de ezel wordt voorgehouden. Exact door het uitblijven van de mogelijkheid om van de wortel te eten, kan de wortel functioneren als sublieme drijfveer die elke mogelijke uitbuiting mogelijk maakt. Die wortel moet dus als structurerend element op zich aangepakt worden: is de ijdele belofte van de wortel wel gerechtvaardigd?

Wie van die wortel eet, zal al snel ondervinden dat het niet meer is dan een wortel. De notoire geheime glimlach van de kapitalist is er niet één die zegt “Ze produceren mijn kapitaal, ze werken zichzelf kapot om mij te verrijken”, maar één die zegt: “Ze werken zichzelf kapot om datgene te bereiken wat ze bij mij veronderstellen, wat in feite gebakken lucht is, sukkelaars.” Paradoxaal genoeg moeten we dus concluderen dat we structureel gezien allemaal proletariërs zijn, zonder uitzondering, en dat niemand eigenlijk geniet van zijn genot. De belofte van genot moeten we dus afschrijven als zuivere propaganda die desalniettemin geniaal in elkaar zit.

[1] Voor meer literatuur hieromtrent verwijzen we naar Lacan, J. (1972). Seminaire XX, Encore “Rien ne force personne à jouir sauf le surmoi. Le surmoi, c’est l’impératif de la jouissance.  Jouis, c’est le commandement qui part d’où ? C’est bien là que se trouve le point tournant qui interroge le discours analytique.”  (les van 21/11/72)

[2] Naar een voorbeeld van S. Zizek

[3] Freud, S. (1920). Aan gene zijde van het lustprincipe. Werken, 8, 162-224

[4] Zie “Français, encore un effort si vous voulez être républicains”, de titel van een hoofdstuk uit het boek van Sade, Philosophie dans le Boudoir, ou les Instituteurs immoraux

[5] Jacques, Lacan « Kant avec Sade » (1963). Écrits. Paris : Le Seuil, 1966, p.178-179

[6] Lacan, J. (2004). Le séminaire, Livre X, L’angoisse. Paris: Seuil, 1962-1963.

[7] « J’ai le droit de jouir de ton corps, peut me dire quiconque, et ce droit je l’exercerai sans qu’aucune limite m’arrête dans le caprice des exactions que j’aie le goût d’y assouvir. » Jacques, Lacan « Kant avec Sade » (1963). Écrits. Paris : Le Seuil, 1966, p.178-179

[8] Een voorbeeld van A. Zupancic

[9] “Je te demande de me refuser ce que je t’offre parce que : c’est pas ça” J. Lacan,(2011). Le séminaire de Jacques Lacan: Texte établi par Jacques-Alain Miller:… ou pire. (09/02/72)

 

[10] Cola zonder suiker, lichtjes zwaarlijvig lichaam zijn voorbeelden van Zizek en co. De tache de beauté, echter, is een voorbeeld dat we in het dagelijkse zo vaak spreken, waarmee de sublimiteit van de vlek expliciet wordt gezegd. We hebben er eigenlijk wel notie van (zoals we zovele zaken weten zonder te weten).

[11] Meer specifiek merkte Marx in zijn onderzoek op dat het enige gebruikswaar dat in staat is kapitaal in meer kapitaal om te zetten het gebruikswaar ‘arbeidskracht’ is, die een kapitalist koopt van een arbeider.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *