Vermarkting en ontmenselijking in de zorgsector

In de onderstaande getuigenis deelt Hélène Dispas mee waar ze dagelijks mee wordt geconfronteerd als arts in een Brussels wijkgezondheidscentrum. Ze kaart enkele lacunes aan in verband met de doorgetrokken vermarkting binnen de gezondheidszorg en de dehumaniserende gevolgen daarvan. Als we de kwalitatieve zorgsector willen behouden zoals we die gekend hebben, zo luidt het, zullen we het over een andere boeg moeten gooien. De conclusie is duidelijk: dit systeem werkt averechts – en dat zowel voor rijk als arm.

Hélène Dispas

De koude winterzon komt op en ik fiets over de voetpaden van de Zuidlaan. Ik zie beweging onder de dekens, de handen die verschijnen van degenen die de nacht buiten hebben doorgebracht. Gezichten van kinderen. Elke keer grijpt het mij naar het hart. Wat kan ik doen? Ik ben niet verantwoordelijk voor hun situatie. Ik installeer mij comfortabel in mijn kantoor in het wijkgezondheidscentrum. De dag zal goed gevuld zijn.

Sommigen zijn ziek door wat ze eten of roken, anderen door wat het leven hen heeft gebracht. Sommigen door misbruik, door hun positie als vrouw, anderen door hun ondermaatse huisvesting. Velen lijden onder het etiket van werkloze, psychoticus of afhankelijke van de sociale zekerheid. Paradoxaal genoeg lijken degenen die werken ook te lijden. Sophie maakt de hele dag schoon en dit keer op keer sneller. Haar vingers zwellen in de avond maar ze slikt ontstekingsremmers om de dag erop te kunnen herbeginnen. Mohammed draagt zware kisten in de koelkamers van de supermarkt. Katja heeft niet langer de tijd om met haar oude patiënten in het rusthuis te babbelen, ze moet sneller werken om rendabeler te zijn en het risico te vermijden om vervangen te worden. De collega’s van Jan doen minachtend en het gebrek aan middelen voor de politie-effectieven maakt hem het leven onmogelijk.

Het gebeurt dat sommigen mij  irriteren. Ze eisen voorschriften en medicijnen. Het lijkt erop dat ze gewoon zijn geraakt aan hun slachtofferpositie, alsof die positie de zaken voor hen gemakkelijker maakt.

Madame M. zit voor me. Ze huilt. Ik heb haar graag. Ze is een vastberaden en intelligente vrouw. Ze leidt een hels leven, met drie kinderen die ze alleen moet zien op te voeden en een drugverslaafde ex-echtgenoot. Ze vond telkens de kracht om ‘s ochtends op te staan, tot er conflicten ontstonden met haar werkgever. Nu zakt de moed haar in de schoenen. Al vier maanden kan ze niet meer werken. Ze is langsgekomen met een hoop papierwerk … De ziekenkas vertelde haar dat het niet langer zo kon blijven duren, dat ze “zichzelf in de hand moest houden”. Ze is erg bang om terug te vallen “op het OCMW”. Ze voelt zich schuldig. Vorige week werd ons vermoeden van een ernstige ziekte bij deze vrouw bevestigd door de onderzoeksresultaten. Is dit stom toeval? Alleen de ziekte geeft haar het recht op rust.

Ik ben ongerust. In de gezondheidszorg is welwillendheid soms ver te zoeken. Welke nieuwe rol zal haar worden toegeschreven? Ze zal veracht worden door zorgverleners die, onder druk, zelf afzien. Ze zal ten prooi vallen aan medicijnen en aanvullende testen. De longarts zal haar doorsturen naar de reumatoloog, die zelf naar de voetspecialist zal verwijzen die haar uiteindelijk naar de psychiater zal doorsturen … Behalve … indien ze de kans heeft om goede mensen op haar weg tegen te komen. Want ze zijn nog talrijk. Sommigen zijn nog steeds vol begrip en in staat de mensen te verzorgen zoals ze zijn: complexe wezens, een onverbrekelijk geheel.

Ik ben woedend over zaken die zich op een veel grotere schaal afspelen maar die zich elke dag uitkristalliseren in mijn spreekkamer. Mijn werk loopt al vertraging op. De computer vraagt of ik een elektronisch overzicht van haar medisch dossier op het eHealth-platform wil verzenden. Zou ik? De overheid zet ons ertoe aan. Maar hoe moet je toestemming vragen aan patiënten die waarschijnlijk ‘ja’ zeggen, zonder dat ze begrijpen waarin ze toestemmen? Wat zal er gebeuren wanneer de verzekeraar hen op een dag vraagt om hun elektronisch medisch dossier te openen? Zijn ze hiervoor voldoende beschermd?

Ik maak me ook zorgen om onszelf. Het recente moratorium op het forfaitair systeem van de  wijkgezondheidscentra is angstaanjagend. Het kwaliteitsproject dat we al meer dan 30 jaar ontwikkelen lijkt bedreigd.

U zegt “ontmenselijking”, waarover gaat het?

Waaruit bestaat die ontmenselijking? Sta mij toe een aantal beelden te schetsen van de realiteit die ik moet aanzien, weliswaar uitvergroot en vereenvoudigd. Het eerste beeld dat in mij opkomt zijn de mooie managers, verkleed als krijgsheren. Dit zijn de nieuwe ziekenhuisleiders, leiders van verplichte privatisering. Ik zie ze aan het hoofd van de horden artsen, de soldaten, opeengeperst, uitgeknepen als citroenen. De managers zeggen “ziekenhuizen moeten winstgevend zijn” (“there is no alternative”). Binnenin de horden lijkt niemand tegen dit postulaat te zijn, zelfs wanneer het gedwongen lachen losbarst. Sommigen zwaaien met bankbiljetten voor de ogen van de soldaten, dat zou hen moeten kalmeren. Eén groep komt in opstand … Maar de meerderheid onderwerpt zich. De technische onderzoeken rapporteren? Voorschrijven maar. Zijn we niet met genoeg? Werk sneller. De anderen doen het beter? Laten we enkele nieuwigheden voorstellen. Aantrekkelijk zijn met technische zaken, nieuwe gezondheids-apps ontwikkelen. Laten we concurreren! Logisch, niet? Nou, ik lees in de krant dat het aantal burn-outs bij zorgverleners explodeert. Echt waar? Ik hoorde spreken over patiënten die niet wisten waaraan ze waren geopereerd, kan u zich dat voorstellen?

Het tweede beeld dat bij mij opkomt is een cirkel. Een cirkel die mijn hoogleraar volksgezondheid (Jean-Pierre Unger) op een dag tekende op een groot schoolbord. Deze cirkel stelt een therapeutische relatie voor. Een klein deel van deze cirkel, “minder dan een kwart van de appel”, vertegenwoordigt de Evidence Based Medicine. De geneeskunde die voortvloeit uit wetenschappelijk onderzoek. De rest van de cirkel bestaat uit andere zaken: subjectieve kennis van de therapeut, ethiek, relationele aspecten, overtuigingen van de patiënt en zijn leefomgeving. De leraar vertelde ons: ziet u, het is nodig om de EBM terug op haar plaats te zetten. Het is handig om deze tool in je zak te hebben, zoals een landkaart handig is. We weten waar we heen gaan, het is handig wanneer we verdwaald zijn. Maar we weten ook dat de kaart niet voldoende is. We zien de kleine paden niet die vele mensen ingaan, noch de schoonheid van de landschappen. Maar onze minister lijkt enkel de EBM te zien. Omdat we dankzij de EBM kunnen ‘meten’. We kunnen ‘objectiveren’. En dat is noodzakelijk als we ‘controle’ willen hebben. Zoals Franck Lepage zou zeggen, voorheen, hadden we een baan. Mensen werden vertrouwd in hun beroepsbekwaamheid. Er werd aan de schoenmaker niet gevraagd om te bewijzen dat hij zijn werk had gedaan. Nu wordt diezelfde schoenmaker beoordeeld op zijn vaardigheden. Als hij niet elke week het aantal geperforeerde riemen en gerepareerde schoenen rapporteert, wordt men achterdochtig. Na elke opleiding moet hij een boekje bijhouden met de verbetering van zijn prestaties op vlak van verlijming, zodat hij verder in een goed blaadje kan blijven staan. Hij besteedt meer tijd aan het invullen van evaluatieroosters dan aan het gebruik van zijn handen waartoe ze dienen: de schoenen van Miss Sacha repareren zodat ze donderdagavond kan gaan dansen. En wat gebeurt er? De schoenmaker richt zich op wat kan worden gemeten. Hij maakt alleen nog “gaatjes” in zijn riemen. Voortaan zullen we als zorgverleners worden “betaald per prestatie”. Dit begon reeds met de beruchte elektronische verslagen, zoals ik hierboven vermeldde. Men geeft bonussen om bepaalde doelen te bereiken. Dit is het bewind van experts en van normen. Toegegeven, de bakens zijn noodzakelijk, maar ze moeten vastgelegd worden voor en door mensen op het terrein. En het “bewijs” moet via onafhankelijk onderzoek bekomen worden, wat niet altijd het geval is. Gelukkig hebben we de vertegenwoordigers van Farmaka1 om ons hierin te begeleiden. Ah nee, dat is voorbij. Aan de zijde van de krijgsheren zie ik nu de technocratische commandanten.

Het derde beeld is een pingpongtafel. “De publieke kas is leeg.” Het zijn zij die er het meest nood aan hebben die eronder lijden: de OCMW’s, waar nog weinig leven in zit, sturen hen naar de mutualiteiten (“vraag aan de dokter of deze je op ziek wil zetten”), de mutualiteiten voelen zich gedwongen om de mensen terug aan het werk te zetten, of beter, terug in de werkloosheid te brengen, en die werkloosheid culpabiliseert, het doet de leefsituatie nog verslechteren … Tot wanneer ze terug in rijen voor het OCMW moeten aanschuiven. Het is crisis, wist u dat niet? We horen het nochtans elke dag op de radio. Het lijkt erop dat het de schuld is van de mosl… Euh, van de terroristen en werklozen. Het is frappant dat men amper een woord rept over belastingontduiking, en over de belasting van multinationals. Want als het crisis is, dan moet zelfs de schoenmaker de broeksriem aanspannen. Zoals jullie allemaal weten, wordt er overal in de budgetten gesneden. Overal? Toch niet. Eén sector lijkt nog weerstand te bieden aan Julius Caesar, lijkt zelfs nog in een goed blaadje te staan bij de keizer. Volgens het tijdschrift Médor zou de financiële enveloppe aan de farmaceutische bedrijven, bestemd voor innovatieve geneesmiddelen, met 600% toenemen tussen 2015 en 2018. In diezelfde periode worden wijkgezondheidscentra, net als veel andere organisaties, aangevallen. Ze zouden te veel kosten.

Wat gebeurt er in onze wijkgezondheidscentra?

Het forfaitair systeem, ontwikkeld door de wijkgezondheidscentra, helpt om de barrières van betaalbaarheid van de eerstelijnsgezondheidszorg weg te nemen. De multidisciplinaire werking (artsen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, begeleiders, psychologen en anderen) zorgt voor een betere samenwerking tussen zorgverleners. De wijkgezondheidscentra, die openstaan voor iedereen, ontwikkelen solidariteit en bevorderen de gezondheid. Dit maakt het onder andere mogelijk om het aantal voorschriften te doen afnemen en ziekenhuisopnames te vermijden, zoals onlangs is aangetoond door een studie van het InterMutualistisch Agentschap. Dit model wordt aanbevolen in het veld van de internationale gezondheid en ontwikkelt zich verder in onze buurlanden. Het is vast en zeker aan verbetering toe. We hebben het KCE gevraagd een ​​studie uit te voeren om bepaalde aspecten te verbeteren. Maar onze minister heeft meer dan een jaar geleden eenzijdig een moratorium op het derdebetalersysteem afgekondigd. Er is een audit uitgevoerd … door het KPMG, een van die multinationals die positief staan tegenover de privatisering van de gezondheidszorg. Deze mensen wisten niets van de ‘niet-vermarkte’ wereld. Het lijkt erop dat ze desalniettemin niets hebben gevonden om zich in vast te bijten. Hun conclusies laten op zich wachten. We hopen dat de minister, die sinds het begin van deze zaak onbereikbaar blijft, zich uiteindelijk zal laten horen. In de tussentijd moeten we elke dag patiënten weigeren omdat onze teams overvraagd worden.

Conclusies

Ik geloof niet dat mevrouw De Block de enige persoon is die verantwoordelijk is voor deze “gezondheidscatastrofe”. Het is het resultaat van een ideologie, die ze toepast zoals vele anderen. Het is haar doel om de aloude cultuur van overleg, die in andere landen benijd wordt, de vuilnisbak in te kieperen. Ik geloof niet dat het kleine België bestand is tegen de druk van multinationals en het neoliberale beleid van Europese en zelfs wereldleiders. Het gif zit in de appel.

Maar ik begrijp het niet helemaal. Er zitten tegenstrijdigheden in deze ideologie. De privatisering van de gezondheidssector is aan de gang en wordt als noodzaak naar voren geschoven. Wanneer we echter analyseren hoe het er in de Verenigde Staten aan toe gaat, merken we het daar systematisch geleid heeft tot een sterke toename van de overheidsuitgaven zonder de kwaliteit van de zorg te verhogen, ook niet voor de rijksten. Wat niet zonder gevolgen is gebleven voor de andere economische actoren. Deze privatisering heeft bijgedragen tot meer bureaucratisch werk om de zaak onder controle te houden, en geleid tot het verlies van persoonlijke autonomie. Het argument van efficiëntie houdt geen steek. En toch loopt men tegen de muur.

Hoe hierop reageer?

Het tegengif is collectief. Omdat het probleem ingewikkeld is, moeten de verschillende sectoren de koppen bij elkaar steken, hun eigen specifieke domeinen verlaten, aangezien overal diezelfde mechanismen aan het werk zijn. Media, justitie, onderwijs.

We moeten ook de zaken op lange termijn bekijken. Wat nu ‘duur’ is, kan in de toekomst een goudmijn zijn.

Wat een gemeenschappelijk goed is, moet in het publieke domein blijven. De overheid moet investeren in de zaken die er echt toe doen. En daarvoor moet het vertrouwen, het overleg en de autonomie van de werkers op het terrein worden hersteld.

Aan de kant van de zorgverleners moeten ethiek en deontologie terug centraal staan ​​in de vorming. Commerciële doeleinden horen niet thuis in de gezondheidzorg. Er is een politiek engagement ten gunste van een publiek systeem nodig. Ook hier is interdisciplinair werken onmisbaar. We zijn patiënten en zullen allemaal patiënten zijn, op een of andere dag. Hoe kunnen we dat in godsnaam vergeten?

1 Farmaka is een vzw die actief is in het onafhankelijk promoten van EBM en verantwoord medicijngebruik. Ze promoten bij de artsen een rationeel en verantwoord voorschrijfgedrag. Zij hebben echter hun werknemers moeten ontslaan doordat Maggie de Block tijdens de begrotingsopmaak beslist heeft het budget voor onafhankelijke geneesmiddeleninformatie te beperken tot 2 miljoen euro; 1,5 miljoen euro minder dan in 2017.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *