Bloederig sociaal conflict in Nicaragua eist 48 tot 65 doden

Willem Keuppens

Woensdag 19 april kondigde het INSS, overheidsorgaan van Nicaragua dat instaat voor de sociale zekerheid, hervormingen aan. Pensioenpremies zouden worden verhoogd en pensioenuitkeringen zouden dalen. Het behoeft geen raketgeleerde om vast te stellen dat dit op verzet zou stuiten. Diezelfde dag nog verenigden gepensioneerden zich in Managua op straat om hun ongenoegen met deze voorgestelde hervorming te uiten. De volgende dag toonden studenten van verschillende universiteiten zich solidair en sloten zich aan bij de protesten. Met bruut geweld werden deze neergeslagen door oproerpolitie. Het land reageerde geschokt en al gauw liepen in alle grotere steden de straten vol.

Nicaragua ging het weekend in met gewelddadige confrontaties tussen politie en manifestanten. De repressie door nationale politie en oproerpolitie was zo hevig dat toen al 23 doden werden bevestigd.

Deze plotselinge opflakkering is een uitloper van een smeulend verleden. Reeds eind jaren ’70 kende Nicaragua een heftige revolutie die doorliep tot in de jaren 80’. Ze kostte het leven aan tienduizenden burgers en liet in de nationale politiek haar sporen na. De twee partijen met de grootste aanhang in het land zijn het resultaat van de twee kampen die tegenover elkaar stonden tijdens de revolutie.

De huidige president, Daniel Ortega, is ook één van de overblijfselen die de revolutie naliet. Hij leidde de socialistische ‘Sandinistas’ als commandant. In 1984 werd hij voor het eerst verkozen. Nadien verloor hij de macht voor bijna 20 jaar om in 2007 weer herverkozen te worden. De daaropvolgende verkiezingen in 2011 won hij ook. In 2014 liet hij de grondwet aanpassen zodat hij in 2016 verkozen kon worden voor een derde termijn. Deze verkiezingen waren enorm controversieel, internationaal toezicht werd verboden en volgens Nicaraguaanse bronnen onthield 70% van de bevolking zich van stemmen.

Het lijkt of de voorgestelde hervormingen de druppel waren voor een emmer van ongenoegen die al lang tot aan de rand gevuld was. Het aantal manifestanten nam in de laatste weken toe en het geweld waarmee deze worden neergeslagen blijft escaleren. Oorspronkelijk werd de afschaffing van de voorgestelde wet geëist, maar ondertussen eist het volk de aftreding van president Ortega en diens vrouw Rosario Murillo, de huidige vice-president. Confrontaties blijven plaatsvinden tussen oproerpolitie en burgers. Vaak worden deze gesteund door pro-overheidsgroepen die al getoond hebben erg gewelddadig tekeer te gaan. Tot op heden zijn al 48 doden bevestigd, volgens mensenrechtenorganisaties kan dit aantal nog oplopen tot 65, gewonden zijn er bij de honderden. De huidige situatie is erg gespannen. Al weken wordt er opgeroepen tot dialoog om de situatie te bedaren. De bisschoppen in het land hebben zich hierbij partij gesteld als bemiddelaars en legden Ortega vier voorwaarden op met het oog op een eventuele dialoog, deze luidden als volgt:

  1. De onmiddellijke toelating van Human Rights Watch-organisatie CIDH, die in de voorbije weken al tot driemaal toe toegang tot het land vroeg
  2. De onmiddellijke terugtrekking van paramilitairen, oproer- en nationale politie uit de straten.
  3. Het onmiddellijk stopzetten van repressie ten opzichte van vredevolle protesten.
  4. Tonen van geloofwaardige bereidheid tot dialoog, respecteren van mensenrechten en vrijheden van de burgers, in het bijzonder werknemers van de overheid, alsook het heropstarten van de bediening door het openbaar vervoer.

Ortega kreeg tot eergisterenmiddag om aan deze voorwaarden te voldoen. De eerste daarvan is vervuld, de andere drie niet. De geplande dialoog vindt vandaag plaats, maar ondertussen gaan de protesten hevig door.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *