Mei ’18 in Frankrijk

Terwijl internationale media zich richten op de Franse president Emanuel Macron als verlichte ideale schoonzoon van Trump en Europa, weet de president met moeite zijn eigen land onder bedwang te houden. Macron werd met zijn campagne “En marche!” gestemd als tegengif voor Marine Le Pen. Zij die voor iemand anders stemden, werden beschuldigd van “Lepenotrotskysme”, wat zoveel wil zeggen als, ‘al wie op iemand anders stemt dan Macron, steunt fascisme.’ – een propagandapraatje van formaat. Ondertussen worden de klassieke neoliberale recepten à la Trudeau verkocht met ‘jong’ sausje. Toch wringt nu net bij het jonge volk het schoentje. Macron’s sterkte komt overeen met zijn zwakte. De ex-bankier die onder andere voor Rothschild werkte was maar al te gretig om zijn verkiezingsoverwinning te beklinken met een resem aan onpopulaire maatregelen. Een daarop volgend charmeoffensief van de Franse media mikte er op om de volksmood wat op te krikken. “Et en même temps…” is intussen het handelsmerk van de jonge president geworden: economische vooruitgang “et en même temps” sociale zekerheid, besparingen in de overheid “et en même temps” een sterke publieke dienstverlening, precarisering van arbeid “et en même temps” een stevige arbeidswetgeving. Daar kan toch niemand iets tegen hebben?  

Dit voorjaar begon Macron zijn spierballen te tonen. (1) Het statuut bij de postmannen, de spoorwerknemers en overheidsdiensten valt weg, publieke ziekenhuizen (die al sinds lang krabben om rond te komen) worden klaargestoomd om te worden geprivatiseerd. Dit laatste houdt bovendien in dat alle bijbehorende statuten geschrapt worden, overheid of niet, de uitzondering, interimjobs en tijdelijke contracten zijn intussen de norm. Publieke en semi-publieke dienstverleningen worden klaargestoomd voor verkoop (2) La ZAD, oftewel Notre-Dame-des-Landes, de plek waarop een twintigtal jaar lang lokale boeren en militanten met succes tegen de komst van een nieuwe luchthaven hebben gevochten en zodoende een nieuwe landbouwsamenleving hebben uitgebouwd, wordt hardhandig vernietigd door de ordediensten. Om maar een cijfer te geven: eind april er waren al 4000 granaten getrokken en 160 geblesseerden. (3) Als antwoord op plaats- en middelengebrek aan de universiteiten is een Amerikaans evaluatiesysteem, ‘Parcoursup’, op poten gezet naast de reeds bestaande lang bestaande Bac-examens die toegang geven aan hoger onderwijs. In dit systeem krijgen de afstuderende middelbare scholieren met de beste cv’s de roemrijkste plaatsen. Dit is dus een soort van sollicitatieprocedure voor hoger onderwijs. Ook dit ligt in het project privatisering: het dient als stimulans voor de uitbouw van privéscholen alsook de privatisering van hoger onderwijs. Wie in het middelbaar onderwijs het meeste inschrijvingsgeld neerlegt, krijgt de beste plek in het hoger onderwijs.

Deze maatregelen stuitten natuurlijk op fors verzet. Het begon reeds in maart vanuit een staking van de post en van de spoorwerknemers. Air France volgde. Tegen eind maart, begin april, werden tientallen universiteiten geblokkeerd door bezorgde studenten. Deze bezettingen werden vaak hardhandig ontruimd door de ordediensten. De hospitaliers sloten zich aan bij de beweging, ondanks het feit dat het als ziekenhuismedewerkers enorm moeilijk valt om te staken. Begin april was het verzet in de verschillende sectoren en studentengroepen nog onafhankelijk van elkaar georganiseerd, netjes gescheiden in aparte betogingen. Er waren zelfs vaak spanningen tussen de meer strijdlustige en gewelddadige jongeren, die zich in de kop van de betoging verzamelden enerzijds en de vakbonden die er achter marcheerden anderzijds. Strubbelingen omtrent autoriteiten, methodes en politieke insteek blokkeerden interne tegemoetkomingen.

Vanaf half april begon precies daar verandering in te komen. De studenten gingen massaal naar de verschillende stations om de spoorwerknemers te ondersteunen, wilde betogingen te organiseren en samen acties te voeren om de stakingskassen te vullen. Anderzijds kwamen de spoorwegmannen en masse naar de universiteiten wanneer de oproerpolitie met ontruimingsacties uitvoerden of om samen betogingen en acties te organiseren.

De private of reeds geprivatiseerde sectoren deden appel op deze verenigde krachten om hen te komen helpen. In Frankrijk maakt men vakbondsafgevaardigden immers vaak het leven zuur wanneer zij hun mond opentrekken en dreigt men al snel met ontslag op staande voet. Verder maken de toenemende contracten van korte duur het onmogelijk om verzet te organiseren, aangezien contracten na een week of een maand zonder verantwoording verlopen. Dit zijn zaken die ook in België stilaan eerder regel dan uitzondering worden. Dit zijn de strategieën die georganiseerde vakbondsstrijd onmogelijk maken. Daarom werden nieuwe methodes ontwikkeld door de studenten en externe arbeiders in staking. Werknemers uit bedrijven met zulke vorm van tewerkstelling deden appel op de studenten en externe arbeiders. Deze bedrijven werden vervolgens geblokkeerd door deze externe ploegen, waardoor interne arbeiders niet verantwoordelijk konden worden gesteld. De laatste in deze reeks waren de werknemers van de MC Donalds in de Gare de l’est, die in staking gingen om de verhoging van het minimumloon op te eisen naast betere arbeidsvoorwaarden. Ze blokkeerden hun filiaal en studenten kwamen massaal af om hun blokkering te ondersteunen.

De vraag is natuurlijk in hoeverre dit een effectief politiek weerwoord kan worden. Er is in elk geval een verandering gaande. Daar waar eerst studenten en arbeiders met enige argwaan tegenover elkaar stonden, vinden ze nu elkaar. De betogingen vermengen zich, ze nemen elkaars slogans en methodes over en leggen contacten voor verdere acties en debatten. Eén van die methodes is de cortège de tête, waarbij een ontevreden deel van de betoging op kop loopt. Dit ontstond in 2016 uit de doodgebloede bezetting van de Place de la République in het kader van verzet tegen de hervorming van de arbeidswet. Bij deze cortège de tête kunnen we de fameuze black bloc rekenen. Black bloc is een methode waarbij wie zich niet vindt in het bestaande verzet (vaak anarchisten, syndicalisten en communisten, maar ook wel ruimer dan dat), zich in de cortege de tête worstelt. Door de deelnemers aan de black bloc worden symbolen van het kapitalisme, zoals banken, MCDonald’s filialen, interimkantoren, etc. vernietigd en reclameborden worden vervangen door slogans. Confrontaties tussen de black bloc en de oproerpolitie is de regel. Het probleem voor de politie is dat het steeds maar enkelen zijn die werkelijk serieus te keer gaan, maar dat zij niet te onderscheiden zijn van de ondersteunende massa in de cortège de tête, die zich, net zoals hen, volledig in het zwart kleden om de onderscheiding onmogelijk te maken, en eveneens (zij het passiever) voorbereid zijn op traangas en granaten van de politie. De black bloc is te herkennen aan de badminton-en tennisraketten om de traangas en pungranaten terug te slagen naar de politie, zwembrilletjes en gasmaskers die fungeren tegen het ondraaglijke traansgas waarvoor ze ook kleine flesjes fysiologisch water uitdelen.

Deze cortège de tête wordt steeds groter. Vakbondsleden, hospitaliers, spoorwegmannen, piloten enz. sluiten zich meer en meer aan in deze kop van ongenoegen. Voor de betoging van vandaag riepen deze verschillende sectoren zelfs rechtstreeks op om zich aan te sluiten bij de cortège de tête, alsook de verenigingen van verzet vanuit de banlieus. Benieuwd wat dit gaat geven.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *