Tekent post-growth beweging de krijtlijnen voor Ruimteschip Aarde?

“We groeien ons kapot.” Het mag u zijn opgevallen of niet, zo kopte de Morgen over een verrassend pleidooi, ondertekend door honderden academici, om vanuit Europa te overwegen voorbij economische groei te kijken. ‘Post-growth’, zo heet de beweging die klaarblijkelijk tot in verschillende fracties (zelfs de liberale) in het Europees parlement de gemoederen weet te overtuigen en deze week een historische bijeenkomst in Brussel organiseert. Hun redenering gaat als volgt. De huidige Europese politiek die slechts groei stimuleert, produceert in eerste geval een Europa van ecologisch verval, vernietiging van welzijn en sociale ongelijkheid. De mogelijkheden moeten worden afgetast voor een post-growth economy. Is groeipijn beperken de oplossing?

Er zit wel degelijk een bron van waarheid in wat ze zeggen. ‘Groei’ is een van de woorden die ons als honing klinken. Het belooft een betere toekomst. Maar wat als we de welklinkendheid tegen het licht houden van het wat het werkelijk van Europa maakt? Dan merken we vooral een chaotische poging om productiviteitsdalingen te verhinderen door miljarden euro’s op de markt te storten; om rentes zo laag mogelijk te houden zodat mensen zouden lenen, investeren en schulden opbouwen; om de verhuis van meerwinstzoekers tegen te gaan door sociale rechten en verworvenheden af te breken en ecologische eisen te verlagen; om onmogelijk terug te betalen schulden lasten tijdelijk te temperen door publieke ziekenhuizen en vervoersmaatschappijen in handen te geven van de hoogste bieder.

Luisteren we naar de eisen van groei, dan worden we nog meer afhankelijk van de grillen van het proces dat we dachten te kalmeren. Burn-out geldt, na de mensen, ook voor de samenleving zelf. Kortom, ‘economische groei’ is niets meer dan een salonfähige naam voor een uitputtingsstrijd geleid door corporate Europe tegen de (potentiële) werkers, klassenstrijd van bovenuit dus.

Deze post-growth beweging legt de vinger op de noodzaak om andere criteria te gebruiken dan economische groei om onze politiek te plannen. Verhoogt het de levenskwaliteit? Zorgt het ervoor dat jobs betekenisvol worden? Stelt het de juiste ecologische limieten? De vraag is enkel: hoe ver willen ze gaan?

 

Een pleister tegen groeipijn

Stijn Baert, een van de economen die dit pleidooi bekritiseert, ontkent de problemen niet, maar stelt als oplossing ‘om bbp als indicator te combineren met andere maatstaven, zoals de human development index van de Wereldbank.’ Een soort van ‘multifactoriële’ indicator om te weten hoe onze samenleving eraan toe is. Hij stelt dat economen dit bovendien reeds lang doen en er dus geen sprake is van een enge visie op beleid. Het probleem zit hem volgens mij dan ook niet in de multifactoriële visie van economen, maar wel wat deze ‘multi-’ verdoezelt. ‘Multi-’ belet in geen geval dat het maatschappelijk beleid desondanks bepaald wordt door één factor: groei. Daarenboven is de reden om meer indicatoren te laten meespelen in de evaluatie (want het gaat in feite slechts hierom), net om niets te veranderen.

Het post-growth pleidooi lijkt niet zomaar in deze val te trappen. “Degrowth stelt niet alleen de uitkomsten in vraag, maar heel de geest van kapitalisme zelf. Kapitalisme kent geen limieten, het weet alleen hoe het zich moet uitbreiden, hoe het moet creëren door te vernietigen. Kapitalisme kan niet stabiliseren en weet ook niet hoe het zou moeten stabiliseren. Kapitalisme kan alles verkopen, maar het kan niet ‘minder’ verkopen.”

Vanuit deze redenering lijkt de geest van kapitalisme groei te zijn. Voldoet het dan om groei tegen te houden? De verandering van de naam degrowth naar post-growth is niet zonder consequenties. Als economische groei een strijd van grootkapitaal tegen de werkers betekent, betekent degrowth de negatie ervan, de strijd van de werkers tegen grootkapitaal. Het doel van deze strijd gaat over de opbouw van een minimale buffer tegen een blinde markt en de vernietigende effecten ervan. Pensioen als je niet meer kan werken, ecologische limieten van uitstoot, een uitkering als er plots ontslagen vallen of er niet voldoende jobs zijn, een loonlimiet waar men niet onder mag, eventueel een basisinkomen, enz. Deze strijd is waar de Europese sociaaldemocratie voor stond. Maar naast de instabiliteit ervan kunnen we de vraag stellen of dit voldoet aan de eisen van onze tijd. Sociaaldemocratie is ten onder gegaan gelijktijdig met de globalisering van kapitalisme sinds de jaren tachtig (o.a. door de val van de muur en de bijhorende ‘outsourcing’), en onze grootste problemen zijn globaal.

Klimaat evolueert niet stukje bij beetje maar volgens tipping points. Op geïsoleerde wijze kunnen we een aantal fenomenen voorspellen, maar het is onmogelijk op voorhand te weten welke conflicten deze fenomenen creëren (massamigraties, nieuwe epidemies,…). Wetenschap vandaag is niet meer slechts de poging om iets te voorspellen. De ontwikkelingen binnen artificiële intelligentie en biotechnologie (en de links tussen de twee), doen de wetenschapper eerder verrast zijn door zijn eigen creatie. Deze ontwikkelingen zullen een drastische impact hebben op wie we zijn en wat we doen. Dit gaat niet meer over limiteren, over meer of minder, maar om de capaciteit om dit in goede banen te leiden. Maar wat is ‘goed’, en voor wie? Is sociaaldemocratie, het afzwakken van de macht van grootkapitaal hiervoor voldoende? Is het in staat om zonder uitzondering de richting te bepalen die deze tendensen uitgaan, of kan het slechts iets afzwakken?

‘Post-growth’, daarentegen, veronderstelt dat het beleid volledig bevrijd is van de greep door economische groei. In andere woorden impliceert post-growth een samenleving waarin klassenstrijd (‘groei’) niet meer de richting bepaalt waar de samenleving heen gaat. Dit is maar moeilijk concreet voor te stellen omdat het iets compleet anders is. De te overwinnen vijand voor post-growth is niet meer slechts big capital, maar klassenstrijd zelf. En als klassenstrijd de richting niet meer aangeeft, moet het iets anders zijn, een ander principe dat ‘de aarde doet draaien’. De vraag is natuurlijk welk?

Wel, op z’n minst één dat zelf een nieuwe ‘geest’ teweegbrengt. ‘Post-growth’ is qua woord namelijk geestloos, de terugval op het woord growth verraadt dat het in feite geen weg op weet na groei. De kandidaten ‘menselijkheid’, ‘limieten’, ‘zinvol werk’ en ‘gelijkheid’ lijken eerder lege wollige termen die op een vage manier de plaats innemen van de moeilijkste stap, om voorbij post- te geraken. Post-growth is een woord dat wacht op een ander. Het toont ons de rand van de afgrond, laten we een grote sprong voorwaarts wagen.

 

Ruimteschip Aarde

Ruimteschip Aarde. We zijn niet de passagiers maar de bemanning. Het klimaat op zich is geen probleem. De manier waarop we het als probleem zien is zelf het probleem. Vanuit onze mindset is klimaat een probleem van een graad minder, een procent meer, terwijl de aard van klimaatverandering geheel anders is. Anderzijds zien we het als in een verre toekomst. Terwijl we enkel nu de toekomst kunnen veranderen. Onze mindset is bijgevolg niet compatibel met de eisen van onze tijd. Waaraan moeten die voldoen? Wanneer we met een klimaatramp zitten (we kunnen als voorbeeld de orkanen en overstromingen van deze zomer nemen), moeten we snel en gericht oplossingen kunnen uitdenken en uitvoeren. De juiste mensen op de juiste plekken krijgen. Maar rampen kunnen niet helemaal worden voorspeld. Men moet dus voorbereid zijn, niet alleen op voorspelbare rampen, maar ook op onvoorspelbare problemen. ‘Ruimteschip Aarde’ is de courante term hiervoor, waarin we niet slechts passagiers zijn, maar de bemanning, dat is een mindset die compatibel is. Op deze manier verandert het principe dat de wereld doet draaien, en zo ook de wereld zelf. En de rampzalige toekomst die we voor ons zien, is de toekomst waarin we onze eigen interventies nog niet hebben bij gerekend, de toekomst van nu, niet de toekomst die per se zal bestaan. Dat hangt van ons af. Enkel nu zijn we de tijdreizigers in het verleden van de toekomst. De term Ruimteschip Aarde vraagt een bedrijvigheid in naam van een doel. Het verleden van de toekomst veranderen door het te repareren, waardoor we de tocht kunnen verderzetten.

Is dit niet opnieuw een woord dat ons honing belooft maar droog brood serveert? Wel, als we de term weglaten en zien wat voor soort samenleving dit structureert, lijkt het in eerste plaats de contradicties van kapitalisme in onze tijd door te werken. Het regulerend principe van kapitalisme, de schijnbaar eindeloze klassenstrijd, wordt, zo bekeken, irrelevant. Er is een andere horizon waar we naartoe worden geleid, een nieuwe onmogelijkheid die ons nog wel een tijdje zoet maakt, want hoe en wanneer heffen we klimaatopwarming volledig op? Hoe moeten we arbeid in onze samenleving opnieuw uitdenken binnen deze mindset? Wat kunnen we doen met de ontwikkelingen in artificiële intelligentie en robotisering?

Het lijkt misschien absurd om in deze lijn verder te denken, maar absurder is te denken dat we voort kunnen op de manier waarop we nu bezig zijn. Systeemverandering die klassenstrijd irrelevant maakt, dat is steeds de definitie van communisme geweest. We beginnen hiermee dus een poging om communisme te denken binnen de huidige situatie. De voorgaande poging daartoe was een tragedie. De situatie is nu anders. We kunnen het een ander woord geven, maar zoals ze in het Frans zeggen, céder sur les mots, c’est déjà avoir cédé sur les choses (‘wie woorden opgeeft, heeft al opgegeven waar het om gaat’). ‘Post-growth’ krijgt in elk geval een mooie plaats in de eindeloze reeks ‘onbevredigende namen voor systeemverandering’.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *