Alain Badiou: welke lessen trekken we uit gele hesjesbeweging?

De franse marxistische filosoof en dramaturg Alain Badiou maakt de balans op van de gele hesjes-beweging binnen de bredere historische context in Frankrijk en als onderdeel van de reeks recente opstanden wereldwijd – van de Occupy beweging tot de Arabische lente en Griekenland. Hij concludeert met enkele strategische krijtlijnen om uit de eindeloze herhaling van dezelfde impasse te geraken. Dit artikel werd vertaald door Parallax. De originele versie vind je hier terug. 
—-

Wat moeten we denken over de onophoudelijke gewelddadige tegenstelling die zich afspeelt tussen de gele hesjesbeweging en de staatsautoriteiten onder leiding van Macron, onze kleine president? Laten we daarmee werkelijk denken en niet gewoon blaffen en weglopen. Bij de laatste ronde van de vorige presidentsverkiezingen zei ik al dat ik me nooit, noch bij Marine Le Pen, kapitein van extreem-rechts in het parlement, noch bij Macron zou aansluiten, welke laatste een “democratische staatsgreep” leidde, in pseudo-reformistische dienst van het grootkapitaal.

Vandaag verander ik uiteraard niet van mening over Macron. Ik veracht hem zonder enige terughoudendheid. Maar wat valt er te zeggen over de beweging van de gele hesjes? Ik moet toegeven dat ik er in het begin, vorig jaar, qua samenstelling, verklaringen, of praktijken, niets vernieuwend of progressief in terugvond.

Er zijn talrijke redenen voor deze opstand, en de beweging kan daarmee als legitiem worden beschouwd, dat geef ik zonder de minste twijfel toe. Ik ben me bewust van de leegloop op het platteland, de trieste stilte van verlaten straten in kleine en zelfs middelgrote steden, het onophoudelijke vergroten van de afstand voor massa’s mensen tot de openbare diensten die bovendien geleidelijk aan worden geprivatiseerd: apotheken, ziekenhuizen, scholen, postkantoren, treinstations, telefonie. Ik ben me ervan bewust hoe de verpaupering, die eerst stukje bij beetje ingang vond en nadien in stroomversnelling kwam, tot nefaste gevolgen leidde voor bevolkingslagen die veertig jaar geleden nog een bijna continue groei in koopkracht kenden. De nieuwe vormen van belastingheffing en de verhoging ervan zijn zeker een van de oorzaken van deze verpaupering. Ik ben me er terdege van bewust dat het materiële leven van hele gezinnen een puzzel aan het worden is, vooral voor veel vrouwen – die bovendien zeer actief zijn in de gele hesjesbeweging.

Kortom: in Frankrijk is er een prangende ontevredenheid onder de werkende klasse, voornamelijk onder de provinciale middenklasse met een bescheiden inkomen. De beweging van de gele hesjes vertegenwoordigt in grote mate deze onvrede in de vorm van een actieve en virulente opstand.

De historische en economische redenen voor deze opkomst zijn volkomen duidelijk voor wie ze wil horen. Deze redenen verklaren ook waarom de gele hesjes het begin van hun tegenslagen ongeveer veertig jaar geleden zien: in de jaren tachtig begon een lange kapitalo-oligarchische contrarevolutie die ten onrechte “neo-liberaal” wordt genoemd – het is simpelweg liberaal. Deze contrarevolutie betekent niets meer dan een terugkeer naar de wreedheid van het 19e-eeuwse kapitalisme. Het was een reactie op de tien “rode jaren” tussen 1965 en 1975. Mei 68 was het Franse epicentrum ervan, het wereldepicentrum was de Culturele Revolutie in China. De contrarevolutie die er tegenin ging, versnelde aanzienlijk door de ineenstorting van de mondiale organisatie van het communisme, eerst in de USSR en daarna in China. Sindsdien schiet er niets meer over dat het kapitalisme en zijn profiteurs, de transnationale oligarchie van miljardairs, ervan weerhoudt om op wereldschaal hun macht te laten gelden.

Uiteraard volgde ook de Franse bourgeoisie deze contrarevolutionaire beweging. Frankrijk werd er zelfs de intellectuele en ideologische hoofdstad van, gedragen door de ophitsingen van de “nieuwe filosofen”. Ze waakten erover dat het communistische Idee niet alleen als vals, maar ook als crimineel werd afgeschilderd. Vele intellectuelen splitsten zich af van mei 68 en het Maoïsme en werden de waakhonden van het geweten van de burgerlijke en liberale contrarevolutie, gewapend met fetisjistische en op zich ongevaarlijke termen als “vrijheid”, “democratie”, of “onze republiek”.

De situatie is er in Frankrijk sinds de jaren tachtig tot nu geleidelijk aan op achteruit gegaan. De “dertig glorieuze jaren” van naoorlogse wederopbouw zijn voorbij. Frankrijk is geen sterke wereldmacht meer die met zijn imperialisme de wereld verovert. Men vergelijkt Frankrijk meer en meer met Italië en zelfs Griekenland. Concurrentie doet het land overal op haar passen terugkeren, de rente die ze van haar kolonies kon opstrijken loopt op haar eind en heeft talloze kostbare en onzekere militaire operaties in Afrika nodig om het laatste van die rente staande te houden. Omdat de prijs van de arbeidskrachten elders, zoals in Azië, zodanig veel lager ligt dan in Frankrijk, verhuizen grote fabrieken geleidelijk aan naar het buitenland. Deze massale de-industrialisatie leidt tot een soort van sociale ruïne die zich uitstrekt over gehele regio’s, van de staalindustrie van Lotharingen, of het noorden van de textielfabrieken en koolmijnen, tot aan de Parijse voorsteden waar enkel nog vastgoedspeculatie heerst over de talloze braakliggende terreinen die door de verlaten industrieën zijn achtergelaten.

Daardoor is de Franse bourgeoisie – haar dominante oligarchie, de aandeelhouders van de CAC 40 – niet langer in staat om op hetzelfde niveau als voor de crisis van 2008, een politiek serviele middenklasse in stand te houden. Deze middenklasse is steeds een historische steun geweest voor de electorale slagkracht van diverse rechtse regimes, de slagkracht die de georganiseerde arbeiders in de grote industriële groepen viseerde die tussen de jaren twintig en de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw tot het communisme werden verleid. Vandaar dat vandaag een belangrijk en volks deel van deze middenklasse dat zich in de steek gelaten voelt, een opstand voert tegen Macron, de vertegenwoordiger van de plaatselijke kapitalistische “modernisering” . Dit betekent het aandraaien van de schroeven, besparen, bezuinigen en privatiseren zonder het respect voor het comfort van de middenklasse zoals dat dertig jaar geleden nog bestond in ruil voor hun gedienstigheid aan het dominante systeem.

Met hun correcte argument dat ze armer worden, willen de gele hesjes deze gedienstigheid – weliswaar tegen een hoge prijs – weer beloond zien. Dat is echter absurd, want het macronisme is juist het gevolg van het feit dat de oligarchie in eerste plaats de steun van de middenklasse – wiens financiering duur uitkwam – minder nodig heeft, aangezien het communistische gevaar verdwenen is. In de tweede plaats beschikt de oligarchie ook niet meer over de middelen om een electorale tembaarheid zoals voorheen te kunnen financieren. Een autoriair beleid onder het mom van “onoverkomelijke hervormingen ” wordt daarom noodzakelijk: de staatsmacht ontpopt zich als de basis voor verregaande “besparingen”, toegepast op de laag van werklozen en arbeiders tot aan de lagere echelons van de middenklasse. En dit alles ten voordele van de ware meesters van deze wereld, namelijk de belangrijkste aandeelhouders van de grote groepen in de industrie, handel, grondstoffen, transport en communicatie.

In het communistisch manifest uit 1848 heeft Marx zich al over dit soort situaties gebogen en heeft hij zich in feite nauwkeurig uitgesproken over wat onze gele hesjes vandaag de dag doen. Hij schreef het volgende:

De middenstand, de kleine industrie, de kleine koopman, de handwerksman, de boer, zij allen bestrijden de bourgeoisie, om hun bestaan als middenstand voor de ondergang te bewaren. Zij zijn dus niet revolutionair, maar conservatief. Meer nog, zij zijn reactionair, zij proberen het rad van de geschiedenis terug te draaien.

Ze eisen dit nu des te meer op, aangezien de Franse bourgeoisie niet langer in een positie verkeert om hun koopkracht in stand te houden, laat staan om hun koopkracht te vergroten, gezien de omslag die het mondiale kapitalisme vandaag kent. De gele hesjes “bestrijden de bourgeoisie”, zoals Marx het reeds stelde. Maar dat doen ze om een achterhaald en verouderd systeem te herstellen en al helemaal niet om een nieuwe sociale en politieke orde uit te vinden die al sinds de 19e eeuw benoemd wordt als “socialisme” en vooral “communisme”. Bijna twee eeuwen lang werd alles wat niet volgens een iets of wat revolutionaire oriëntatie werd gedefinieerd, terecht beschouwd als onderdeel van de kapitalistische reflex. In de politiek bestonden er slechts twee belangrijke paden. We moeten absoluut terugkeren naar deze overtuiging: er bestaan twee paden, in de politiek bestaan er slechts twee. Er is in geen enkel geval een “democratisch” spikkeltje van pseudo tendensen onder leiding van een oligarchie die zichzelf tot “liberaal” heeft uitgeroepen.

Deze algemene overwegingen laten ons toe om terug te keren naar de concrete kenmerken van de gele hesjesbeweging. De spontane kenmerken ervan, voor zover ze niet te wijten zijn aan inmengingen buiten de hoofdstroom van de opstand om, zijn in werkelijkheid “reactionair”, zoals Marx reeds zei, al is het in een meer modern jasje: men zou de subjectiviteit van deze beweging “populair individualisme” kunnen noemen, dat persoonlijke boosdoeners verzamelt die verbonden zijn aan nieuwe vormen van gedienstigheid die de dictatuur van het kapitaal tegenwoordig aan allen oplegt.

Daarom is het verkeerd om te stellen dat de gele hesjesbeweging intrinsiek fascistisch is, zoals sommigen beweren. Nee. Fascisme organiseert identiteit, nationale of racistische motieven, meestal op een uiterst gedisciplineerde en zelfs militaire manier.

In de huidige ongeorganiseerde opstand zijn er – zoals dat altijd het geval is bij de stedelijke middenklasse – en daarin is het zeer individualistisch, mensen van alle soorten en beroepen, die zichzelf oprecht zien als democraten en zich beroepen op de wetten van de Republiek – waarvan men vandaag de dag in Frankrijk niet veel brood kan eten. Voor de overgrote meerderheid van hen zijn de strikt politieke overtuigingen ronduit zweverig. Maar om de beweging – opnieuw zoals ze zichzelf weergeeft in haar oorspronkelijke “zuiverheid” – te beschouwen vanuit haar zeldzame collectieve aspecten, wachtwoorden, herhaalde uitspraken, zie ik er niets in dat me aanspreekt, interesseert of mobiliseert. Hun verkondigingen, hun gevaarlijke wanorganisatie, hun vormen van actie, hun geassumeerde afstand name van het algemene denken zowel als strategische visie, dit alles ontmoedigt de politieke inventiviteit. Ik ben absoluut niet gewonnen voor hun vijandigheid tegenover enig belichaamd leiderschap, hun obsessieve vrees voor centralisatie en verenigd collectief. Dit houdt een vrees in die democratie verwart met individualisme, net als bij andere hedendaagse reactionairen. Niets van dit alles zal de zeer gruwelijke en miserabele Macron op lange termijn tegenwerken met een vooruitstrevende, innovatieve en overwinnende kracht.

Ik weet dat de rechtse tegenstanders van de beweging, afvallige intellectuelen, voormalige revolutionairen die, sinds de oligarchie en de staat hen de gelegenheid biedt om hun liberale babbeltje te voeren, voorvechters van de politiemacht zijn geworden en de “gele hesjes” beschuldigen van antisemitisme of homofobie, of zelfs bestempelen als “gevaar voor onze Republiek”. Ik weet ook dat, moest dit het geval zijn, dit niet het resultaat is van een gedeelde overtuiging maar wel van een actieve infiltratie van extreemrechts in een ongeorganiseerde beweging die kwetsbaar is voor elke denkbare manipulatie. Maar laten we onze koppen niet in het zand steken: verschillende tekens, waaronder duidelijke sporen van kortzichtig nationalisme, latente vijandigheid jegens intellectuelen, demagogische “democratiseringsgezindheid” in de crypto-fascistische stijl van “het volk tegen de elites” alsook de spraakverwarring in hun toespraken, moeten ons aansporen om voorzichtig te zijn bij elke al te globale beoordeling van wat er vandaag de dag gebeurt. Laten we aanvaarden dat de roddels uit “sociale netwerken”, die voor de meerderheid van de gele hesjes elke objectieve informatie vervangen hebben, ervoor zorgen dat afwijkende samenzweringen circuleren in de beweging.

Er is een oud gezegde dat luidt: “niet alles wat beweegt is rood”. En voor het ogenblik is er van “rood” geen sprake in de beweging van de hesjes, hoewel ze zeker “beweegt”: behalve geel zie ik alleen maar de tricolore, wat in mijn ogen altijd een beetje verdacht is.

Uiteraard juichen de radicaal-linksen, de antifascistische bewegingen, de ontwaakte slapers van de ‘Nuit-Debout beweging’, degenen die steeds op zoek zijn naar een “beweging” om hun tanden in te zetten, de opscheppers van L’Insurrection qui vient, de democratische uitlatingen van de opstand toe (die in feite individualistisch en kortzichtig is). Ze wijden de cultus in van gedecentraliseerde vergaderingen en beelden zich snel weer het overdoen van de bezetting van de Bastille in. Dit vriendelijke carnaval kan mij echter niet het minst bekoren: het heeft overal, al meer dan tien jaar lang, tot verschrikkelijke nederlagen geleid, die door het volk zeer duur betaald werden. De “bewegingen” van de laatste historische reeks, van Egypte en de Arabische Lente tot Occupy Wall Street, van die laatste tot het Turkije van de grote pleinen, van dit Turkije tot het Griekenland van de rellen, van dit Griekenland tot de verontwaardigden van alle kanten, van de verontwaardigden tot de razernij van Nuit Debout, van Nuit Debout tot de gele hesjes, en talloze anderen… ze lijken allemaal zeer naïef over de onwrikbare en onverbiddelijke wetten die de wereld vandaag besturen. Na de opwindende bewegingen, bijeenkomsten en bezettingen van alle soort, zijn ze verbaasd dat het spel zo moeilijk is, en dat we altijd falen, of dat we zelfs gaandeweg de tegenstander bestendigd hebben. De waarheid is dat ze niet eens het begin vormen van een echt antagonisme ten opzichte van het hedendaagse kapitalisme, van een andere weg die van universele reikwijdte is.

Niets is op dit moment belangrijker dan de lessen die we kunnen trekken uit deze opeenvolging van “bewegingen”, de gele hesjes incluis. Ze kunnen worden samengevat in één stelregel: Een beweging waarvan de eenheid ofwel strikt negatief is ofwel simpelweg zal mislukken waardoor de situatie vaak erger wordt dan die welke aan het begin van de beweging bestond, oftewel een die in tweeën zal moeten worden gesplitst, uitgaande van de creatieve opkomst van een affirmatief politiek voorstel dat werkelijk in strijd is met de dominante orde, een voorstel dat wordt ondersteund door een gedisciplineerde organisatie.

Alle bewegingen van de afgelopen jaren, ongeacht hun locatie en duur, hebben een vrijwel gelijkaardig en zelfs catastrofaal verloop gevolgd:

— Er ontstaat een eenheid tegen de regering aan de macht. Dit is het moment waarop we kunnen spreken van “dégagisten”, van “Mubarak buiten” tot “Faire la fête à Macron”

— Een eenheid die in stand wordt gehouden door een aanvullende slogan die op zichzelf slechts negatief is, als in de regel na een periode van anarchistische gevechten. Ze duikt op wanneer de duur begint te wegen op de massaprotesten. Een slogan van het soort “weg met onderdrukking”, “weg met politiegeweld” is dan wat de klok slaat. Zo’n “beweging” eist op dat moment, door gebrek aan werkelijk politieke inhoud, slechts zijn wonden op.

— Een eenheid die door de verkiezingsprocedure wordt neergeslagen, wanneer één onderdeel van de beweging beslist om aan de verkiezingen deel te nemen, zonder enige echte politieke inhoud, die oftewel het positieve oftewel het negatieve antwoord steunt. Op het moment van schrijven komt de peiling van Macron terug op zijn score voorafgaand aan de beweging van de gele hesjes, het totaal van rechts en extreemrechts op meer dan 60%, en de enige hoop van wijlen links, France Insoumise, op 7%.

— Vandaar aan de macht gekomen door de verkiezingen, gaat het zienderogen achteruit. Oftewel wint de reeds bestaande coalitie terug terrein, en dit op een overweldigende manier (dit was het geval in mei 68 in Frankrijk); oftewel overwint een “nieuwe” formule die in feite vreemd is aan de beweging (in Egypte, de moslimbroeders, het leger met Al Sissi; Erdogan in Turkije); oftewel wordt een uitgesproken linkse partij verkozen maar capituleren ze onmiddellijk hun inhoud (Syriza in Griekenland); oftewel overwint extreemrechts alleen (het geval van Trump in de VS); oftewel bundelt een groep uit de beweging de krachten met extreemrechts om zich te vestigen in de regering (het Italiaanse geval, met de alliantie van de vijfsterrenbeweging en de proto-fascisten van de Northern League). Merk op dat het laatste geval veel kans heeft om in Frankrijk te ontstaan, indien een alliantie van een organisatie die naar eigen zeggen de “gele hesjes” vertegenwoordigt erin slaagt om samen te werken met de electorale sekte van Marine Le Pen.

Dit alles omdat een negatieve eenheid niet in staat is om een beleid voor te stellen en daarom uiteindelijk zal worden verpletterd in de strijd. Desalniettemin is het nog steeds noodzakelijk om, voorbij het negatieve, de vijand te identificeren en te weten wat het betekent om echt iets anders te doen dan hem, iets totaal anders. Dit impliceert op zijn minst een effectieve kennis van het hedendaagse kapitalisme op wereldschaal, van de decadente plaats die Frankrijk daarin inneemt, van communistische oplossingen met betrekking tot eigendom, de familie (erfenis) en de staat, van onmiddellijke maatregelen om deze oplossingen te implementeren, alsook een overeenkomst, gebaseerd op een historische evaluatie, van de organisatievormen die bij deze vereisten passen.

Om dit alles te assumeren, kan enkel een organisatie die op een nieuwe leest is geschoeid, op een welbepaalde manier in de toekomst, een deel van de verwarde middenklasse in een lijn brengen. Het is dan mogelijk, zoals Marx het schrijft, dat de middenklasse revolutionair kan handelen, “met het oog op de ondergang in het proletariaat die hen wacht, [want] dan verdedigen zij niet hun tegenwoordige, maar hun toekomstige belangen, dan verlaten zij hun eigen standpunt, om zich te stellen op dat van het proletariaat.”

Deze waardevolle aanwijzing maakt een lichtjes positieve conclusie mogelijk, maar dan wel op één essentieel vlak: er is ongetwijfeld nog een links potentieel over binnen de gele hesjesbeweging, een zeer interessante minderheid: die van de activisten van de beweging die in feite ontdekken dat hun zaak binnen de toekomst moet worden gedacht en niet binnen het heden, die in naam van deze toekomst hun krachten bundelen in iets anders dan hun statische eis voor koopkracht, belastingen of de hervorming van de parlementaire grondwet.

Men zou dan kunnen zeggen dat deze minderheid deel kan uitmaken van een echt volk, namelijk een volk in de zin dat het een stabiele politieke overtuiging heeft, die een werkelijk antagonistische weg naast de liberale contrarevolutie belichaamt.

Zonder de massale integratie van de nieuwe proletariërs kunnen de gele hesjes zoals ze nu zijn “het volk” uiteraard niet vertegenwoordigen. Het zou neerkomen op de reductie van dit volk tot de nostalgie van het armste deel van de middenklasse, veroorzaakt door haar sociale verval. Om vandaag de dag politiek als “volk” te bestaan, moet de gemobiliseerde menigte een sterk centraal contingent van het nomadische proletariaat van onze voorsteden omvatten, proletariaat uit Afrika, Azië, Oost-Europa en Latijns-Amerika; het moet duidelijke tekenen van een breuk met de dominante orde vertonen. Eerst in de zichtbare tekens, zoals de rode vlag in plaats van de tricolore. Dan in wat er wordt gezegd, in folders en spandoeken met instructies en verklaringen die tegenstrijdig zijn aan de bestaande orde. Dan nog een keer in de minimumeisen die moeten worden afgekondigd, bijvoorbeeld de totale stopzetting van privatiseringen en de nietigverklaring van alle privatiseringen die sinds het midden van de jaren tachtig hebben plaatsgevonden. Het hoofdidee moet bestaan uit collectieve controle over alle productiemiddelen, het hele banksysteem en alle openbare diensten (gezondheidszorg, onderwijs, vervoer, communicatie). Kortom, het politieke volk kan geen genoegen nemen met het bijeenbrengen van enkele duizenden ontevredenen – ook al zijn dat er, naar mijns inziens, honderdduizenden – om van een – terecht hatelijk genoemde – staat te eisen dat hij u “in overweging neemt”, referenda voor u organiseert, enkele lokale diensten handhaaft en uw koopkracht een beetje verhoogt door uw belastingen te verlagen.

Toch kan de gele hesjesbeweging zonder overdrijven in de toekomst zeer nuttig zijn, zoals Marx het stelt: vanuit het blikpunt van haar toekomst. Als we ons tot deze minderheid van activisten binnen de gele hesjesbeweging wenden, die door samen te komen, te handelen en te praten op een bepaalde manier hebben begrepen dat ze een globale visie moeten verwerven, zowel op mondiale als op Franse schaal, over wat de werkelijke bron van hun ellende vormt, namelijk de liberale contrarevolutie; die dus bereid zijn om deel te nemen aan de opeenvolgende fasen van de bouw van een nieuw type kracht; deze gele hesjes, denkend vanuit hun toekomst, zullen ongetwijfeld bijdragen aan het bestaan, hier, van een politiek volk. Daarom moeten wij met hen praten en, als zij het daarmee eens zijn, met hen bijeenkomsten organiseren waar de eerste beginselen van wat men kan benoemen, wat men duidelijk moet benoemen, ook al is het woord de afgelopen dertig jaar zowel vervloekt als obscuur geworden, als communisme, ja, een nieuw communisme. Zoals de ervaring reeds heeft aangetoond, heeft de verwerping van dit woord ook het teken gegeven van een ongekende politieke achteruitgang waartegen alle “bewegingen” van de laatste jaren in opstand kwamen, inclusief het beste van de “gele hesjes”: de militanten die hopen op een nieuwe wereld.

Om te beginnen zullen deze militanten steunen wat in mijn ogen essentieel is: laten we overal waar mogelijk, van grote voorsteden tot verlaten dorpen, scholen oprichten waarin de wetten van het kapitaal worden onderwezen en waarin helder wordt gediscussieerd over wat het betekent om daartegenin te gaan in de naam van een totaal verschillende politieke oriëntatie. Als een dergelijk netwerk van rode scholen, voorbij de episode van “de gele hesjes tegen blanke Macron”, het daglicht zou zien, gedragen door wat deze episode in zich droeg qua best mogelijke toekomst, dan zou de gele hesjesbeweging, door zijn indirect ontwakende kracht, van waar belang zijn geweest.

Alain Badiou, 10 maart 2019

One thought on “Alain Badiou: welke lessen trekken we uit gele hesjesbeweging?

  1. Dat mensen samenkomen in groepjes om te overleggen wat hun problemen en zorgen zijn en dat daarin op zoek gegaan wordt naar haalbare oplossingen kan ik alleen maar toejuichen. Tierende en op hun weg alles vernielende massa’s hebben alleen maar nieuw tirannen aan de macht geholpen die diezelfde massa’s van de regen in de drop hebben gebracht , jammer dat geschiedenis lessen door velen als overbodig worden beschouwd.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *