Covid-19: Verlies, naast de normaliteit, ook het verlies zelf

Door Esteban Van Volcem*

Normaal. Dat is waarschijnlijk het meest profetische woord in omloop tijdens een crisis als vandaag. Al moeten we daar meteen aan toevoegen dat het woord “crisis” zelf al het normale impliceert, als dat wat geen crisis zou zijn. Wie ‘crisis’ aanhaalt, doet dit steeds tegen de achtergrond van een mogelijke terugkeer van de normale toestand – de droom over het einde van de crisis. Maar wanneer komt deze normale toestand eigenlijk terug?

In de economie van geld is ‘normaal’ een ander woord voor economische groei, oftewel een grotere omzet in monetaire termen. Dit is het perspectief van een overheid – of een micro-economische agens.

In de economie van onze lusten, daarentegen, is ‘normaal’ het bolwerk van rituele handelingen en herhalingen waardoor onze precaire ervaring een consistente realiteit lijkt. Dit gebeurt door er onbewust dromen en verlangens in te scheppen alsook de illusie van hun (toekomstige) mogelijkheid.

Vroeger begreep ik de kritiek op het woord ‘normaal’ alsof normativiteit inherent problematisch zou zijn – “niemand kan me verplichten de norm te volgen”. Zo’n normatieve kritiek op het normatieve is in wezen de kern van de liberale ideologie die de menselijke individualiteit voorop stelt door het als hoogste goed te poneren: het individu moet bepalen wat normaal is!

Maar, los van een mogelijke kritiek (of lofprijzing) op die manier om het normale te begrijpen, valt het me meer en meer op dat deze invulling niet de meest relevante is. Eerder dan het normatieve op zich denk ik dat de tweedeling zelf tussen normaliteit en afwijking het probleem is.

Het is misschien al een stap in de goede richting om van beide noties af te geraken door ze in hun eenheid te beschouwen. Wat als we het idee van ons af schuiven dat er enerzijds een pad van normaliteit is en anderzijds een van afwijking? Gaat het niet eerder over een continu pad van permanente verandering, van creatieve destructie, van een steeds verschuivend evenwicht? Als we de dichotomie van normaliteit en afwijking naast ons neerleggen, dan kunnen we de dynamiek van de geschiedenis op een andere manier beschouwen, bijvoorbeeld door statisch evenwicht te zien als een structurerende fantasie die er de reële dynamiek van verdoezelt.

We kunnen op die manier de gedurfde ommezwaai van FDR (Franklin Delano Roosevelt) tijdens de Grote Depressie beschouwen. Toen economen hem zijn economische voorstellen afraadden omdat de impliciete doelstellingen ervan onmogelijk zouden zijn, riep hij “Poppycock!”. Daarmee bedoelde hij dat hun expertise niet valabel was omdat het niet tot een zinvol beleid zou aanzetten. Nee, uitzonderlijke tijden vereisen uitzonderlijke maatregelen. Wanneer men FDR aanmaande de VS op de goudstandaard te houden, stelde hij dat deze ‘gouden regel’ eigenlijk door niemand echt goed begrepen werd. Al stootte FDR deze normaliteit van zijn troon, ze toch bevatte zelf al de grond van haar eigen ondergang.1

Maar de propagandisten van het normale veroordeelden zijn stappen. Ze zagen er het einde van de beschaving in. Volgens de economen vereiste een crisis zo snel mogelijk een terugkeer naar het (verondersteld) normale. FDR, daarentegen, vertrok vanuit het inzicht dat wat we als normaal beschouwden niet meer normaal is en allicht niet meer normaal zal worden. Normaliteit is in die zin niet meer dan een speciaal geval onder de anderen; niet meer dan een punctueel ogenblik in de lange weg van de geschiedenis, die geen ijzeren wetten respecteert, maar wel contingente momenten van opportuniteiten biedt waaruit schijnbaar wetmatige evenwichten groeien die maar al te snel als ‘normaal’ begrepen worden. Het ‘werkte’. De samenleving ging daarom niet terug naar het normale groeipad (die reeds gedreven werd door een enorme financiële zeepbel in vastgoed en dus in de prijs van het in aanbod beperkte ‘land’), maar geraakte vooral uit de permanente stagnatie. Die uitweg werd achteraf weer een nieuwe orthodoxie die depressie opnieuw als een uitzondering op het normale beschouwde.

Doorheen de geschiedenis ontdekken we op die manier zodanig veel uitzonderingen, dat het normale eigenlijk niet veel meer om het lijf heeft. Laten we hopen dat niet alleen politici, die worden verondersteld te handelen, maar ook economen, en alle anderen die verondersteld worden te weten, vandaag een beetje zoals FDR durven zijn.

Laten we die vraag in de andere betekenis van de Grote Depressie ook in ons dagelijkse leven meenemen. Hunkeren naar een terugkeer van (zinloze) rituelen die geassocieerd worden met de ‘normale’ toestand is misschien wel de snelste weg om jezelf een depressie in te denken. Dat hunkeren blijkt immers zelf het gevolg van een luchtspiegeling die pas achteraf geschapen wordt, door krampachtig vast te houden aan de mogelijkheid van het normale. En die mogelijkheid is een fantasie die reeds ingebed zit in het woord ‘crisis’, zoals ik hierboven reeds aanhaalde.

Door het doorbreken van de dualiteit tussen de crisis (van het normale) en het normale (van crisis) vinden we misschien een uitweg uit het aanslepende gevoel van onbehagen dat eindeloos op zoek is naar een moment van illusoire rust. Die dynamiek kan immers opgeheven worden door de onrust te omarmen, door rust te vinden in de onrust zelf (om Hegel te parafraseren).

Het is een eindeloze weg die verandering in creatie kanaliseert in plaats van eindeloos vast te houden aan wat verloren zou zijn. Dat vergt moed, maar het is de misschien wel de grootste uitdaging die we in ons leven voorgeschoteld kunnen krijgen: om na een periode van rouwverwerking het vroegere normale te durven verliezen – en daarmee het verlies zelf te verliezen.

Zo’n ontologische verschuiving is misschien wel de meest wezenlijke transformatie die we kunnen ervaren. Ik wens het ons allemaal toe.

*Esteban Van Volcem is student wijsbegeerte en economie aan de Universiteit Gent

 

1

Zie hoofdstuk 22 in het meesterlijke ‘Lords of Finance’ van Liaquat Ahamed. Concreet betekende het standpunt van de heersende economische orthodoxie dat de deflatie van prijzen als gevolg van de ineenstorting van de economie verholpen kon worden door de conventionele technieken van de centrale bank en het wachten op spontaan herstel. Op die manier kon de pariteit van dollar in goud, en dus de goudstandaard, behouden blijven. Die redenering veronderstelde dat de dalende prijzen het gevolg waren van een ineenstorting van de economie, maar dat de goudstandaard een weg terug naar haar normale lange termijn evenwicht zou genereren en dat dit herstel van de economie weer tot inflatie zou leiden. 

FDR meende echter dat de lage prijzen net de oorzaak waren van (de psychologie van) de Grote depressie en dat de causaliteit net omgekeerd verliep! Stijgende prijzen zouden net voor economische vooruitgang zorgen en dus moesten de prijzen eerst stijgen vooraleer er genoeg geïnvesteerd zou worden, zodat de economie weer zou groeien en een nieuw evenwicht kon vinden.

Dit onconventionele inzicht vereiste dan ook onconventionele manieren om die inflatie te realiseren. Daarom begonnen FDR en enkele adviseurs de goudstandaard dagelijks te manipuleren door de prijs van goud op te drijven om zo de prijs van de dollar relatief aan andere munten in relatie tot goud te devalueren. Eén van die adviseurs was George Warren die voorbij de veronderstelde wetmatigheden van geld ondersteund door goud in het algemeen een belangrijke correlatie inzag van die goudreserves met de prijzen van goederen. Wanneer de goudvoorraad groot was, stegen prijzen doordat er veel krediet voorradig was en wanneer die goudvoorraad beperkt was zouden die niet meer stijgen.

De stijging in de goudvoorraad was echter niet ingegeven door de welbekende laissez-faire traditie in het kapitalisme, wel ze ging nauw samen met de ontginningen van goud. Op die manier werd zelfs de waarde van goud niet als “bovenmenselijke” absolute standaard behandeld, maar zelf gemanipuleerd, zij het niet met een planmatig idee over hoe groot die voorraad zou moeten zijn. Als die voorraad gemanipuleerd kon worden door al dan niet exogene ontdekkingen van goud, kon die ook gemanipuleerd worden door de dollar-prijs van goud zelf te veranderen. En zo geschiedde, commodity prijzen begonnen weer te stijgen en de psychologie van de depressie werd gebroken.

De normale standaard van goud bleek geen inherente normaliteit mogelijk te maken, zoals dat initieel wel werd verondersteld. 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *