Een man komt bij de beenhouwer en zegt…

De antiracisme-strategie van politieke correctheid houdt in dat we de lading van een bepaald woord (bvb “zwarten”) vermijden door het te vervangen door een ander woord (bvb “donkeren”). Toch moet dan ook dat woord na verloop van tijd weer vervangen worden, omdat het wederom beladen is geworden (“bvb gekleurden”),… Dit komt omdat racisme niet in het woord zelf zit, maar in de vorm waarin het woord voorkomt. Maar wat is die vorm?

De meesten onder ons kennen de mop wel van het konijn dat aan de bakker vraagt of hij worteltaart heeft. Omdat we ze kennen met de inhoud van het konijn, zien we er niet meteen de (anti-)racistische vorm in:

Een konijn komt bij de bakker en vraagt “verkoopt u worteltaart?” Ontkennend antwoordt de bakker: “Nee, sorry, dat hebben we niet”, waarop het konijn de bakkerij verlaat. De volgende dag komt het konijn echter terug en vraagt opnieuw: “verkoopt u worteltaart?” Wederom moet de bakker negatief antwoorden op zijn vraag en het konijn wandelt de zaak weer uit. Maar de ochtend erop staat de bakker een halfuurtje vroeger op om naast zijn reguliere assortiment ook een worteltaart te bakken. Die dag loopt het konijn de zaak een derde keer binnen en vraagt de bakker “verkoopt u worteltaart, meneer?” “Ja hoor, sinds vandaag verkopen we worteltaart”, antwoordt de bakker. “Vies hè!”, roept het konijn hem toe en loopt de bakkerij terug uit. 

We kunnen deze inhoud vervangen naar believen (door een fransman die aan een marktkramer vraagt of hij camembert heeft – “stinkt hé!”, of een afrikaan die aan de apotheker vraagt of hij XXL condooms heeft – “zoiets krijg je nu toch niet verkocht!”), de punchline blijft hetzelfde omdat de vorm hetzelfde blijft.

Wat in deze vorm gelijk blijft, is een ander die gereduceerd wordt tot zijn (culturele) manier van genieten, door een verkoper die de ander daarin wil respecteren. Het impliciete idee van de bovenstaande politiek correcte bakker, waar we in de mop mee meedenken, is dat het konijn zou samenvallen met zijn cultuur en daar geen onbehagen, cultuurkritiek of tekort in zou ondervinden zoals wij dat wel doen met onze cultuur. De mogelijkheid zelf van een reflexieve verhouding ten opzichte van de eigen culturele gewoontes is er simpelweg niet in meegeteld, en daarmee de mogelijkheid dat hij naast een voorwerp van vooroordeel ook een onderwerp is dat daar iets over kan zeggen. Het verrassende van de punchline zit hem daarin dat hij er tegen onze verwachtingen in toch niet mee samenvalt. En dat maakt het konijn terug “één van ons”.

Het probleem met veralgemeningen is dus niet enkel dat niet alle konijnen, chinezen, afrikanen, enzovoort, de eigenschap x of y hebben, het punt is dat er geen enkele chinees, afrikaan of konijn is die zonder meer met zijn eigen eigenschappen samenvalt, en daarin zijn we wél allemaal gelijk, los van de inhoud: het feit dat we drager zijn van een cultuur, en daar niet zonder meer mee samenvallen, is onze gemene deler. Het is immers niet zo dat enkel westerlingen de eigen cultuur kritisch onder de loep kunnen nemen. Al luidt het adagium van de westerse politiek correcte cultuur dat we, in de naam van tolerantie, andere culturen niet mogen bekritiseren zoals we dat wel bij de onze doen, kan dat dus toch racistisch (qua vorm) antiracisme zijn (qua inhoud). Al goed is ook die westerse cultuur voor kritiek, evaluatie en verandering vatbaar. Daarom stel ik voor onze mop te actualiseren:

Een chinees komt bij de beenhouwer en vraagt “verkoopt u hond?” De beenhouwer antwoordt ontkennend “nee, sorry, dat hebben we niet”, waarop de chinees de beenhouwerij verlaat. De volgende dag komt de chinees echter terug en vraagt opnieuw: “verkoopt u hond?” Wederom moet de beenhouwer negatief antwoorden op zijn vraag. De chinees wandelt de zaak weer uit. De ochtend erop staat de beenhouwer een halfuurtje vroeger op en slacht hij in stilte de hond van zijn buurman om het gefileerde hondenvlees vervolgens heerlijk gemarineerd in de toonbank te leggen. Die dag loopt de chinees de zaak een derde keer binnen en vraagt de beenhouwer “verkoopt u hond, meneer?” “Ja hoor, sinds vandaag verkopen we hond!”, antwoordt de beenhouwer. “Degoutant!”, roept de chinees hem toe, en loopt de zaak verontwaardigd terug uit. 

(De Chinese regering heeft een einde gemaakt aan de menselijke consumptie van honden, en het ministerie van Landbouw heeft op 9 april 2020 een ontwerpbeleid vrijgegeven dat hondenvlees verbiedt.)

 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *